Opium

opium

ik ervaar
waar ik niet zie
buiten
mijn eigen leest

poëzie is hier
mijn religie

woordeweeks
een paar
leesmegoedjes

mijmerend
over de alliteratie
in het wijwater

op zondag
is mijn schrift
alomtegenwoordig

de versvoeten
wandelen devoot
tot me

en ik raak
vervuld van het geloof
in woorderen

Meneer D Ontleed – poëzie: Huis in Kells

Meneer D ontleed: het gedicht Huis in Kells van René van Loenen.

Stukjes van Meneer D worden ontleed in Meneer D Ontleed. Niet alles wat Meneer D schrijft zal voor iedereen direct in al haar facetten begrijpelijk zijn. Dubbele bodems, (wetenschappelijke) verwijzingen, totaal onnavolgbare gedachtegangen van Meneer D, bizarre neologismen, obscure woorden. Meneer D kan niet verwachten dat de lezer, jij, de tijd en moeite neemt om alles te analyseren en research te doen. Of dezelfde gekke gedachtekronkels heeft. Dus ontleedt Meneer D het voor je.

Normaliter ontleedt Meneer D in deze rubriek zijn eigen (cryptische) schrijfsels. Dit keer een uitzondering. Een gedicht van René van Loenen. Omdat er zulk mooi taaltoeval in het gedicht staat.

Huis in Kells

De schoorsteen staat in bloei. Vensters ogen
als gaten. Dronken gaat de wind in en uit.

Een braamstruik slingert zich het trapgat
door en in de keuken waar de schapen poepen
groeit vluchtig een berk.

er moet nog iemand zijn. Niet hier maar ergens
sluimeren herinneringen: er is een tijd geweest

dat rook de schoorsteen met verhalen vulde,
de nacht niet verder dan de vensters kwam.

René van Loenen, uit: Mooi Voetenwerkuitgeverij Mozaïek, 2005

Een prachtig beeld wordt in dit gedicht geschetst. Je kunt het bijna proeven, je loopt door het huis. Edoch, Meneer D wil niet het hele gedicht gaan analyseren, alleen de eerste twee regels.

Kells is een Ierse plaats. Bekend van The Book of Kells dat 4 evangelies uit het Nieuwe Testament bevat: “Het Book of Kells werd rond het jaar 800 geschreven door Keltische monniken en geldt als een meesterwerk van de westerse kalligrafie in insulaire stijl.” Een plaats met grote historie dus. En daar staat dit huis. Vervallen huis.

En wat schrijft Van Loenen in zijn eerste twee zinnen?

De schoorsteen staat in bloei. Vensters ogen
als gaten. Dronken gaat de wind in en uit.

Een mooi beeld. Meneer D zou ‘het’ met al zijn taalgegoochel en vijftien lagen bewust ingestopt hebben. Meneer Van Loenen misschien ook, misschien is het slechts toeval. Prachtig toeval.

In Kells in Ierland spreekt men (tegenwoordig) Engels. Het Engelse woord voor raam is window.

Etymologisch is window letterlijk wind-oog. Het woord window komt van het Oud-Noords vindauga, van vindr (wind) + auga (oog). Oud-Noords wordt ook wel Viking-Noords genoemd en werd gesproken door de Vikingen die zo rond 875-950 Engeland binnenvielen. Het woord window verving het Oud-Engelse eagþyrl, letterlijk oog-gat en eagduru, letterlijk oog-deur. Het overdrachtelijke van oog is op zich al poëtisch.

Een raam was oorspronkelijk gewoon een gat in de muur waar de wind in en uit ging. Vandaar oorspronkelijk ook wind-gat. Venster is in de meeste Germaanse talen gebruikt voor een raam met glas (zie de etymologie). Behalve in het Engels.

In het gedicht staan windvensters en ogen optisch vlak bij elkaar. De ogen als gaten waar de wind in en uit gaat geeft nog meer (onbedoelde) historische lading aan een toch al historische setting. Zoals vroeger ramen waren, zelfs voordat er glas was. En nu weer zo is. Het Engelse window, etymologisch verwoven in het gedicht.

Taaltoeval? Meneer D vindt het prachtig; poëtisch mooi hoe de woorden, betekenis, historie en etymologie hier samenvallen.

Poëzie: Ellen Deckwitz wint de C. Buddingh’-prijs

Eerder vandaag – oké, gisteren – berichtte Meneer D dat zijn poëziedocente Ellen Deckwitz genomineerd was voor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut.

De uitslag is inmiddels bekend: Ellen Deckwitz wint C. Buddingh’-prijs!

De jury van de 25e editie van de C. Buddingh’-prijs vindt De Steen Vreest Mij de ‘hechtst gecomponeerde bundel, die het meest verbluft deed staan en het meest het gevoel gaf dat niet alleen grote kwaliteit te bekronen maar ook een grote belofte te erkennen en bevestigen’.
“Deckwitz houdt van begin tot eind haar taal in de hand en elk gebruikt beeld is een toevoeging”,schrijft de jury verder. “We zien de zoektocht van een puber naar een eigen identiteit ontsporen met een taalbeheersing die zelf tot in het laatste detail, tot in de licht kantelende typografie toe, ons als lezer op de rails houdt en ons aan het einde beloont met de nodige morele vragen.”

Geweldig. Blij. Komende dinsdag bij de cursus poëzie schrijven taart, als de roes is neergedaald. Meneer D is gepast trots op Ellen Deckwitz. Super! Gefeliciteerd Ellen, er wacht je een grootse toekomst in dichtersland!

Poetry International: vanavond, uitreiking C. Buddingh’-prijs

Momenteel is het 43e Poetry International Festival Rotterdam aan de gang. Interessant. Spannend. Cultureel verantwoord. Maar dat is niet de reden dat Meneer D dit stuk schrijft.

Vanavond om 21:30 staat iets bijzonders op het programma. De uitreiking van de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut van het afgelopen jaar. Voor de volledigheid even citeren:

De C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie is een initiatief van Poetry International en wordt sinds 1988 uitgereikt aan de schrijver van het beste poëziedebuut. In het verleden kende de prijs winnaars als Anna Enquist, Michaël Zeeman, Tonnus Oosterhoff, Joke van Leeuwen en Mark Boog, die na hun debuut allen uitgroeiden tot dichters van naam.

Er zijn vier dichters genomineerd. Een van de genomineerden is de in 2006 overleden Jeroen Mettes. Hij zal wel winnen. You can’t beat a dead poet. Meneer D hoopt eigenlijk dat hij niet wint. Meneer D hoopt dat Ellen Deckwitz wint. Bij uitgever Nijgh en van Ditmar verscheen haar bundel De steen vreest mij. En deze bundel leverde haar deze nominatie op. Mejuffrouw Deckwitz moet winnen.

Waarom moet Ellen Deckwitz winnen? Meneer D heeft echt niet al het werk van de genomineerde dichters gelezen. Niets daarvan eigenlijk.

Zoals de enkele trouwe lezer weet, volgt Meneer D momenteel een cursus poëzie schrijven bij Parnassos in Utrecht. De docente is Ellen Deckwitz. Meneer D wil natuurlijk kunnen zeggen: kijk mijn poëziebootcamp – zoals de winnares van de C. Buddingh’-prijs de intensieve cursus placht te noemen – heb ik gevolgd bij de C. Buddingh’-prijswinnaar van 2012. Straalt een beetje op Meneer D af. Dan lijkt het net of hij een Masterclass doet en heel goed is. Of. Wacht maar. Over een paar jaar… Dan is Meneer D ook genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs! Over utopieën gesproken: een goed artikel in de New York Book Review van Charles Simic getiteld ‘Poetry and Utopia‘. Lezenswaardige reflectie op poëzie.

Meneer D wacht in spanning af. De spanning in de Kleine Zaal van de Rotterdamse Schouwburg zal nog vele malen hoger zijn.

Fotoboek met poëzie: ‘Moments before the flood’ van Carl De Keyzer

Enkele weken geleden kwam bij Uitgeverij Lannoo een prachtig, groot, zwaar, dik fotoboek uit. ‘Moments before the flood’van Carl De Keyzer. Even citeren:

klik op de afbeelding voor een grotere versie

Vier jaar lang heeft Carl De Keyzer vier maanden per jaar de kusten van Europa afgereisd, van het hoge noorden tot het zuiden. Hij fotografeerde vervreemdende landschappen, desolate stranden, verlaten hotels, winterse pieren en dramatische wolkenpartijen: prachtige maar onheilspellende beelden met een hoog David Lynchgehalte.
Moments before the Flood is bij uitstek een fotografie van het wachten. Carl De Keyzer portretteert de unheimlichkeit van het onbestemde en het onzekere, met een meesterlijk oog voor de schoonheid ervan en met een weergaloos gevoel voor ironie.

Gaat Meneer D hier een fotoboek bespreken? Zeker wel. Meneer D houdt van de schone kunsten, waaronder fotografie (zie ook Visual Spoonerism defines traditional gender role patterns). Ware het slechts een fotoboek, dan schreef Meneer D dit stuk niet.

klik op de afbeelding voor een grotere versie

Wat Uitgeverij Lannoo nagelaten heeft te vermelden, dat het prachtige boek – want dat is het – niet alleen foto’s staan. Er staan ook gedichten in. Of eigenlijk: één gedicht. David Van Reybrouck werkte samen met Carl De Keyzer aan dit boek. Van Reybrouck heeft een Nederlandstalig gedicht geselecteerd van een relatief onbekende Nederlandse dichter, namelijk Marijn Backer.

Onderstaand titelloze gedicht van Marijn Backer is vertaald in 18 Europese talen, talen van de kustlanden waar Carl De Keyzer zijn foto’s maakte.

Een late dag.
De kinderen zijn naar huis.
De zon drupt in zee.
Ook graaft een hond de torens stuk
van een met schelpen sterke vesting.

Door de golven trekt zijn net
een man die sterker is dan
hij kan houden.

Verderop ligt een met kleiner hand
omwalde tuin. Een vlag als veer.
Er staat een boom. Er is een hof.
Daarin een blote voeten spoor.
Daarin wind is aan het eten.

(uit: Het oog van de veeboer, Contact, 1991)

Een van de talen waarin het gedicht vertaald is, is het Sloveens. Een vriendin van Meneer D, Katjuša R. heeft dit gedicht vertaald (Meneer D publiceerde eerder het gedicht Sloveni, vidi, dicti, dat hij voor haar schreef).

Vertalen is lastig, het vertalen van poëzie helemaal. Betekenissen, dubbelzinnigheden, klanken, woordbeeld, gevoel en vooral beelden moeten kloppen. De vertaler moet een compleet (gevoels)beeld hebben bij de woorden en de concepten en gedachten erachter.
Katjuša schreef onderstaande vertaling van Marijn Backers gedicht:

Pozen dan.
Otroci so odšli domov.
Sonce kaplja v morje.
Tudi pes razkopava po stolpih
s školjkami utrjene trdnjave.

Prek valov vleče moški
mrežo močneje, kot
zmore držati.

Dalje je vrt, utrjen
z manjšo roko. Zastava kot pero.
Tam stoji drevo. Tam je dvorišče.
V njem sledovi bosih nog.
V njem se hrani veter.

Meneer D kan er helaas weinig over zeggen.

Zo nu en dan helpt Meneer D Katjuša met vertalingen. Niet dat Meneer D ook maar meer dan twee woorden Sloveens spreekt. Welnee. Maar Meneer D schept er een waarlijk genoegen in om woorden en teksten zodanig door te zagen, zodat zij de idee snapt. Het waarom van klanken, van woordkeuzes. Zo legde Meneer D haar jaren geleden uit waarom Annie M.G. Schmidt het boek Pluk van de Petteflet mogelijk zo noemde en spelde, wat je er in vertaling mee moest aanvangen. En wat die hufters nu anders zijn dan klootzakken of eikels in de film Hufters en Hofdames.

Voor bovenstaand gedicht van Marijn Backer schreef Meneer D uiteindelijk zeker twee A4’tjes vol met analyse van thematiek, klanken, woordbeeld, klankherhalingen, woordkeus, symboliek en beelden die Backer gebruikt. Uitkauwen tot op de letter, zodat de ander het snapt. Het voelt, beleeft, want vertalen kan Meneer D het niet. Alleen meer Nederlandse woorden toevoegen aan wat er al staat. Het was in elk geval afdoende genoeg dat Katjuša het gedicht in het Sloveens kon vertalen. Zoals je hieronder op de afbeelding kunt zien. Een foto van de bladzijde met de vertaling én twee secties vergroot uitgelicht voor de leesbaarheid.

Meneer D is erg trots dat onder het Sloveense gedicht in het boek ook zijn naam staat! Gezien de samenwerking en uitleg, vond Katjuša dat we het gedicht samen vertaald hadden. Er staan nu twee namen onder het gedicht. Zo’n mooi boek. En Meneer D staat erin. Waarlijk verrukt. En dank je Katjuša!

Winnaar poëziewedstrijd ‘De Gemakkelijkste Vijand’ van Op Ruwe Planken

Het is alweer even geleden dat Meneer D aankondigde dat literair tijdschrift Op Ruwe Planken een wedstrijd had uitgeschreven om het publiek zoveel mogelijk te beledigen. Helaas behoorde Meneer D niet tot de genomineerden met zijn gedicht Misselijkmakend.

18 maart alweer werd de uitslag bekend gemaakt: Gijs Paaimans wint De Gemakkelijkste Vijand. Een beledigend sonnet dat live het publiek het meest tot boe-geroep uitdaagde. Gefeliciteerd Gijs!

Gijs Paaimans publiceerde zijn gedicht ook op zijn blog: Sonnet 0: Poëzieavond, dus allemaal even zijn blog met meer teksten en gedichten bekijken!

Hieronder het winnende gedicht van Gijs Paaimans:

Sonnet 0: Poëzieavond

U heeft het lak aan ’t diepst van mijn gedachten
En laat geen spaander van mijn zielentroon.
Terwijl ik hier sta en mijn potsen vertoon,
Zit u aan de bar op de DJ te wachten.

Mijn bundels, die vergeefs naar een koper smachten,
Hadden u een helderder aanblik geboôn
Van de donk’re smaragden in mijn dichterskroon,
Dan dit schertsvertoon der poëtische nachten.

-Maar toch, zolang poëzie u een alibi geeft
Om doordeweeks hier in een kroeg te gaan staan
En mijn rijm u op tijd aan het grinniken maakt,

Bent u met mijn werk straks weer o zo begaan.
Frappant hoe cultuur toch u altijd weer raakt,
Zolang u er maar iets te drinken bij heeft.

De Stoepdichter

Inspiratie komt uit vreemde bronnen.

Zo las Meneer D op Sanne van Balens blog Dichtgezicht. Deze 17-jarige Sanne probeert elke dag een gedicht op haar blog te posten. En maakt met stoepkrijt soms stoepgedichten (even op de titels klikken om de foto’s te zien). Meneer D las het woord daglicht en maakte er meteen een Spoonerisme van: lachdicht.

Daar moest Meneer D wat mee doen. Geen laptop ter beschikking, dus geen uitgebreide blogpost. Maar een kort gedichtje. Op Twitter, binnen de 140 tekens. Maar dan ook precies 140 tekens. En die 140 tekens maakt dat je wat beperkt bent in je uitdrukkingsmogelijkheden. Her en der een lidwoord of verfraaiend bijvoegelijk naamwoord wordt dan geschrapt.

Maar toch.

Een soort ode aan de stoepdichter. Met een enkel neologisme. Het gaat hier meer om het gespeel en gedraai met de woorden, dan het schrijven van hoogstaande poëzie. We zijn tenslotte niet elke dag een Vasalis. En Dichtgezicht verdient ook aandacht (dus lees haar gedichten!).

lucht floepte lichter
vroege daglicht
zocht de stoepdichter
vroeg ’n lachdicht

“ha” docht zij
(her)haade haar krijt

Lees meer sneldichten en Twitterpoëzie.

Stil

Onderstaand gedicht Stil is de tweede helft van het huiswerk van de cursus Poëzie Schrijven voor afgelopen dinsdag. Meneer D publiceerde eerder de eerste helft van het huiswerk, het ‘verlichte’ gedicht De lichtheid van mijn genie.

Ook dit gedicht had een duidelijke opdracht en doel. Wat dat was zal Meneer D lekker niet vertellen. Lees het gedicht om het gedicht. Geen vrolijk gegrol of enige jool in dit geval. Wel weer die ene regel, de laatste toevalligerwijs, die geïnspireerd is op een gedicht van Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer (zie het vorige gedicht). Wel ook veel beelden en veel zelfstandige naamwoorden die naar voorwerpen verwijzen.

Meneer D is wel benieuwd wat je van het gedicht vindt, wat het met je doet (en óf het überhaupt wat doet). Laat gerust een reactie na onder de post of op Twitter.

stil

een half leeggegeten bord nog op tafel
de druppels van zijn lippen
glimmen nog na op hun fotolijst
het klapraampje geeft weer wat lucht
schoenen door elkaar op de overloop
wilde tandpastaspetters besmeuren de spiegel
ergens in de hoek ligt een tandenborstel
de slaapkamerdeur trilt nog licht na
zijn ogen heeft hij wagenwijd open
ziet niet eens de muur
het bed is koud voor een lenteavond
stilte tussen hun ruggen alweer
haar hoofdkussen koelt nu nat af
inmiddels haalt ze rustig adem
na minuten
een knip van zijn hand
de lamp lost op als een tablet in duisternis

De lichtheid van mijn genie

Zoals je bij het vorige gedicht, De Ontdichting, hebt kunnen lezen, volgt Meneer D momenteel een cursus Poëzie Schrijven. Bij Parnassos, van Ellen Deckwitz. Een cursus met genoeg huiswerk. Want van alleen luisteren leer je niets.

Dat betekent, dat naast het opzoeken, uitzoeken, lezen en analyseren van gedichten, Meneer D ook zelf de nodige gedichten zal moeten schrijven. Aangezien Meneer D weinig schroom kent met het publiceren van zijn woordenwarren, zul je die gedichten ook hier aantreffen. Een blog behoeft vulling, als ware het een kerstkalkoen.

De huiswerkopdrachten kennen uiteraard een specifiek doel en opdracht. De laatste regel van het gedicht is een variatie op de eerste strofe het gedicht Het paar van Tomas Tranströmer, de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur 2011. Dat bepaalt de richting van het gedicht natuurlijk ten dele. Dat zal Meneer D niet verklappen. Je moet de gedichten maar an sich as is beschouwen. Des te leuker. Dan weet je niet of Meneer D iets geforceerd doet, bewust de tenen kromt, ontroerend mooi schrijft of dat het ontroeren al een gegeven was.

Bij onderstaand gedicht wil Meneer D nog wel even opmerken, dat hij een van de weinige bèta’s is die deze cursus ooit gevolgd heeft. Meneer D laat dat middels dit gedicht wel ietwat merken. Daarnaast. Heerlijk strooien met dubbele of drievoudige verwijzingen naar een stuk of vier thema’s.

De lichtheid van mijn genie

Een helder moment, het licht gaat me op
Het Lumen van die dag, van vandaag
Een chemisch gedacht’-experiment
De synapsen vuren als slijptollende vonken

O, mijn genie, mijn brille
De post-renaissance van mijn verlichte ideeën
Doet me over het complete spectrum gloeien
Als een tl-buis van de aars tot de amygdala

De kronkels ontvouwen zich met gebruis
Één met het schroefdraadschuim rond mijn lippen
Het waarachtig huis van mijn koortsige concepten
Geeft draai aan peren als ook appels

De geestelijke ganzenveer inkt dikke pillen neer
Ik proef ze en ik slik ze
Als exciterend wolfraam
Dat straalt door het gewelfde glas

De trechter convergeert eerst fragiele flarden
Denkraamt de entropische war tot vaste vorm
Sterker dan de zon, nee, Zonnekoning
Denkgolft de fotonenstroom

De spanning doet me bijna knappen
Zoveel energie is uit dit cranium ontsnapt
Terwijl de sintels en de stoppen springen
Word ik langzaamaan wat stil

De nachtkaars flakkert een hap naar lucht
Een dovende aai over de bol
Geagiteerde neuronen komen eindelijk tot rust
De lamp lost op als een tablet in duisternis

De Ontdichting

Eindelijk. Het is Meneer D eindelijk gelukt. Na diverse pogingen – Utrechts Centrum voor de Kunsten begin dit jaar, Parnassos in februari, uitstel, misverstanden en algehele malheur – is het gelukt.

Meneer D volgt een cursus Poëzie Schrijven.

Bij Parnassos in Utrecht. Sinds afgelopen dinsdag. De docente is Ellen Deckwitz. Ze is dichteres, Nederlands Kampioen Poetry Slam 2009 en voor dit jaar genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Je zou denken dat ze er wat vanaf weet. Dus kan Meneer D een en ander over dichten leren. Want aan zijn poëzie schort nog meer dan genoeg (klik op de individuele posts om het leesbaar met beoogde opmaak te zien).

Wat is er te leren? De discussie beslechten over vorm versus inhoud misschien? Meneer D betoogde al over klassiek eindrijm, wat goede poëzie beoogt en wat poëzie niet slecht maakt; zie lijmrijm versus rijmlijm. Meneer D wil verder evolueren met zijn poëtische imborst, kennis en repertoire. Van versjes en grappig rijm tot uiteindelijk Echte Poëzie. Want dat is het doel. Uiteindelijk.

Voor de eerste les heeft Meneer D onderstaand gedicht geschreven. Een gedicht dat geen gedicht is. Dat was de bedoeling. Het is uiteraard wel een gedicht – een slecht gedicht, maar wel een gedicht. Kijk maar naar de vorm en stijl. Ergo Meneer D heeft hopeloos gefaald. Wat Meneer D edoch echter wel betracht heeft is het met jambevoeten treden van zovele vermeende dichtregels, als die er al zijn. Geen consistente structuur, al het rijm is krom, het metrum verkracht, overdreven alliteratie, geen boodschap of emotie evokeren. En nog meer. N.B in het gedicht is de verwijzing ‘reinste kloten’ is natuurlijk wél diep dichterlijk. Verwijst naar de eerder in het gedicht genoemde limonade en klinkt bijna als de smaak reine claude. Meneer D wilde het maar even gezegd hebben.

Awel.
Als het slecht is: dat was helemaal de bedoeling.
Als het nog ergens op lijkt: sorry. Echt. Sorry.

De Ontdichting

Hij was er helemaal klaar mee
Als was hij een gammele gameet
Zat hij daar te jambe-tampen tot overmaat van ramp met lange zinnen, bijzinnen, buiten zinnen
en een metrum van lik me Vestdijk, nog geen hermetisch embryo waardig, hé.
Dus zichzelf maar wat beschimpen.

Met zwart zeikende zwakke zeurkus
Pogen het te klaren als een ochtendmerel
Op zoek naar zijn eerste versregel

Voor de cursus.

Hallo zeg, een gedicht dat geen gedicht is.
Lekker alles fout doen. Of on-lees-baar-aan-een-schrij-ven-als-dat-zou-hel-pen.
Op zoek naar de juiste woordkneus de woorden overstelpen
met afzicht is
dat waarvoor hij gezwicht is? Drama dat is te licht?
De strofe afgekloven
tot zijn tenen kromden en vuisten balden
Om zijn balpen.
Eigenlijk toetsenbord, maar dat rijmt gans niet. O shit – !

Eindeloos gewauwel, maar wil de lezer misschien geraakt worden?
Het gevoel ergo prikkelen met clichés over spirituele
verstilling, vijf keer een regel beginnen met ‘Ooit’ en
dan denken dat het diep is?

De grabbeltoon die hij aanslaat
op het toetsenbord – lijkt net een komische façade.
Een farce met limonade.
Het lijkt zoet, maar het is je reinste kloten,
omdat hij, de ondichter, onverdroten blijft verscholen.

Zelf beweegt hij niet. Onbewogen van buiten en van binnen;
alleen zijn vingers voelen de warmte
van de zoemende harde schijf.
Die schreeuwt nog het hardst.

De Balans. Reactie op ‘Face rijmt op reet. En wat doet de regering?’

Een reactie van Meneer D op het artikel ‘Face rijmt op reet. En wat doet de regering?‘ van taalkundige Marc van Oostendorp. In het artikel beschrijft de heer Van Oostendorp de consternatie over kromrijm. Van tegenwoordig. En van vroeger in de gedichten van Martinus Nijhoff. Rijmlijm van Hugo Brandt Corstius versus lijmrijm van Kees van Kooten.

Zowel Brandt Corstius als Van Kooten hebben gelijk en ongelijk.

Standaard en compleet eindrijm is gangbaar, is voor sommigen het ideaal, maar er zijn meer soorten rijm. Beginrijm, binnenrijm, rijmen op klankverwantschap zoals g en k. Of m en n. Een goede of creatieve dichter past het hele repertoire toe. Spelen met verwante klanken en alle soorten rijm is hoe een dichter taalvirtuositeit tentoon kan spreiden. Wat is goed rijm? Meneer D rijmde apocalyptisch op haar striptease (zie Samen Waren). De laatste twee lettergrepen zijn perfect rijm qua klank, maar qua woordbeeld niet. Stoort Van Kooten zich daar dan aan? Wat maakt dat krom rijm stoort?

Meneer D denkt dat de balans doorslaggevend is. Meneer D was bij de uitreiking van de Martinus Nijhoff Prijs 2012. Ja, de Prijs genoemd naar dezelfde dichter en vertaler Martinus Nijhoff waar Van Kooten over struikelt. Om Frans Denissen, bij zijn speech na ontvangst van de Prijs 2012 voor zijn vertalingen, aan te halen: je kunt niet elke woordspeling één op één vertalen. Sommige vondsten zijn onvertaalbaar en gaan verloren bij de vertaling. Daardoor ontstaat een onbalans. De brontekst is rijker dan de vertaalde tekst. Om dat te compenseren houdt de vertaler een balans bij en voegt en woordspeling of taalvondst toe waar de brontekst die niet had, ergens in de buurt van een onvertaalbare stuk in de brontekst.

Die balans kun je bij poëzie ook laten gelden. Als iemand alleen mislukt sinterklaasrijm schrijft met niet perfecte eindrijm, dan is daar, conform Van Kooten, veel op af te geven. Terecht. Of tenenkrommend voor een taalestheticus. Maar Meneer D is allang blij als men póogt te spelen met taal en woorden. Enfin. Als de dichter echter niet-perfect eindrijm compenseert met andere poëtische vondsten in dezelfde strofe, dan kan het een verrijking zijn en een mooi gedicht. Met rijmwoorden die anders nooit hadden bestaan of waren gevonden.

Even het voorbeeld van Marc van Oostendorp die Van Kooten aanhaalt aanhalen (Meneer D doet het er om). Uit het gedicht Impasse van Martinus Nijhoff:

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelraam.

Van Kooten valt over aan laten rijmen op raam. Hij mist de rest van de poëtische waarde van de zinnen. Als Nijhoff het volgende had geschreven:

Een kerel vang te fluiten aan
En tuurt even door het raam.

Dan, dan had Van Kooten gelijk. Dat is gewoon krom sinterklaaseindrijm. Maar Nijhoff stopt zijn strofe zo vol alliteraties (h), herhalingen van de ‘l’, binnenrijm (ui en o in wolk-opwaarts, met terugkering van de w), verplaatsing van (verwante) klanken (fluiten-tuimel). Om nog maar van ritme, flow en metrum te spreken. Sterker nog, er zitten zoveel poëtische vondsten in Nijhoffs tekst dat als je raam door scherm vervangt – en er dus helemaal geen eindrijm is – de tekst nauwelijks aan poëtische waarde inboet:

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelscherm.

Brandt Corstius focust zich exclusief op het rijm. De klanken. Verzamelt ze. Rijm om het rijm, niet om de inhoud (zie Sinterklaasgedicht: Hooggespannen voor een verhandeling over inhoud versus vorm). Daar kan Meneer D zich in vinden. En Van Kooten? Wat hedendaags kromrijm afkraken, geregeld terecht. Wat is hier het meest verbazingwekkende? Het moment dat Van Kooten Nijhoff gaat aanpakken op zijn eindrijm. Hiermee geeft Van Kooten blijk dat hij geen snars van poëtisch taalgebruik snapt. En dat voor een van Neerlands grootste Taalmannen. Of hij is gewoon rigide koppig en puristisch wat eindrijm betreft. Linksom of rechtsom: de balans is zoek.

Op Ruwe Planken zoekt arrogante dichters – Genomineerden

Literair tijdschrift Op Ruwe Planken zocht arrogante dichters, waarbij de dichter het publiek moest beledigen. Meneer D was arrogant genoeg en deed een poging de lezer te kwetsen met zijn gedicht Misselijkmakend.

Was Meneer D’s gedicht aanstootgevend genoeg? Vanmorgen maakte Op Ruwe Planken de  nominaties bekend: Nominaties voor De Gemakkelijkste Vijand.

Helaas, Meneer D is niet genomineerd. Uiteraard is Meneer D wel heel benieuwd naar wat de drie genomineerden voor aanmatigende gedichten hebben geproduceerd!

Op naar de volgende schrijfwedstrijd!

Vice Versa

“Ik begrijp dat mensen u in kunnen huren om schunnige en vieze liedjes te schrijven?”
– “Dat is correctus”
“Hoe laat u zich hiervoor betalen, per uur?”
– “Nee, per vers…”

(Gerelateerd: een paar dagen geleden was de deadline voor de poëziewedstrijd ‘De Gemakkelijkste Vijand’ van Op Ruwe Planken, Meneer D schreef er reeds over: beledig de lezers met je gedicht)

Poëziewedstrijd Op Ruwe Planken – nieuwe deadline: 22/2

Zojuist leest Meneer D dat de deadline voor de wedstrijd van Literair Tijdschrift Op Ruwe Planken is verschoven. Eerder was de poëziewedstrijd ‘De Gemakkelijkste Vijand’, met als doel het publiek te kwetsen en beledigen, al aangekondigd op dit blog.

De oorspronkelijke deadline was 15 februari. Deze is nu verschoven naar 22 februari. Dat geeft iedereen dus nog een dag om wat in te sturen!

Had de organisatie te weinig (goede) inzendingen? (edit – nee, er waren twee deadlines gecommuniceerd) Meneer D heeft in elk geval netjes en op tijd – voor de 15e – een schofferend gedicht ingestuurd. Dat gedicht met de titel Misselijkmakend verschijnt 26 februari op dit blog.

Maerlant Poëzieprijs: inzending ‘Bloed’

Op de verjaardag van onze koningin was de deadline van de Derde Maerlant Poëzieprijs 2012. Hetgeen voor Meneer D een beetje vreemd is. Het is de eerste Maerlant Poëzieprijs van 2012. Sterker, er is niet eens elk jaar een Maerlant Poëzieprijs. Het is de derde in totaal zo blijkt.

Meneer D heeft deze poëziewedstrijd eerder uitgebreid aangekondigd en beschreven. En zelfs kort nog een reminder geplaatst. De wedstrijd is een initiatief van Kunstspoor Noord-Beveland en heeft als thema ‘sporen‘, in de ruimst denkbare zin. Meneer D hoopt dat veel lezers ook hebben meegedaan en hun gedicht ingestuurd.

Het was uiteraard weer last minute, edoch, Meneer D heeft een gedicht ingezonden. Geen eindrijmgedicht dit keer, dat is niet zo populair bij jury’s tegenwoordig. Wel weer een wedstrijd waar Meneer D aan mee heeft gedaan! Commentaar, belevingen en feedback zijn meer dan welkom! (onder dit bericht of op Twitter)

Bloed

Laagwuivende winterzon
Vaagcontourde vlekken op het raam voor me.
Het kraanwater is te koud om te drinken.

Achteloos klik ik door wat mapjes
Dat themafeest, de nijlgans in het park
Foto van een strand dat mij vloedend vergeet.

De pixels blazen bloedtrekkend door mijn gezicht
Foto van jou.
Foto van jou. Golft naar binnen.

Gedachtesplinters schertsen even het beeld van
Onterecht verongelijkt verduren
Kleurige fragmenten worden geen geheel. Meer.

Ik blijf voor je zitten
Bedenk mijn adem van –
Wellend laat ik het niet kunnen onthouden toe.

Was ik meer als kraanwater.
Nog altijd niet vergeeld.
Veeg over de touchpad. Weggeklikt.

Poëziewedstrijd: Op Ruwe Planken zoekt arrogante dichters

“Beledigheid is des duivels oor kussen”

Een jeremiade (Meneer D wilde dat woord al zo lang een keer gebruiken) over de verruwing van de maatschappij en dat poëzie juist niet moet bijdragen aan verruwing door beledigingen te promoten. Aldus enkele reacties onder het artikel. Waar het over gaat?

“Het literair tijdschrift Op Ruwe Planken heeft een schrijfwedstrijd uitgeschreven waarbij alleen de meest vervelende dichters kans maken op de winst. Onder de titel ‘De Gemakkelijkste Vijand’ daagt Op Ruwe Planken dichters uit het publiek zo goed mogelijk te beledigen.”

Gelukkig zijn er ook andere reacties. Meneer D onderschrijft die: een kolfje naar zijn hand! Weer een poëziewedstrijd. Niet pseudointellectueel zoals sommige, geen vaag stromende thema’s die niet sporen. Geen denkbeeldenstorm geneuzel. Nee. Gewoon, rauwe brute poëzie. Om de lezer te beledigen vuigvuile woorden ledigen over diens leesbrilletje.  Dat kan Meneer D vast, al die vuilbekkerijmen.

Edoch, grappig, grof doch doeltreffend beledigen is niet zo eenvoudig. Meneer D zal er eens voor gaan zitten. Jij toch ook, flapdrol? (kijk, zo komt Meneer D er natuurlijk niet) Je krijgt er 500 woorden voor.

O, de details?

Organisatie: Op Ruwe Planken, het ruwste literaire tijdschrift van Nederland en Belgie
Sluitingsdatum: 22 februari (was 15 februari)
Prijzenpot: Prijzenpot van 100 euro aan boekenbonnen en publicatie in het tijdschrift en/of de site
Meer informatie: www.opruweplanken.nl/2012/01/orp-zoekt-arrogante-dichters/

Rotterdams Rijm

Het is Gedichtendag en Bibliotheek Rotterdam heeft een Twitterdichtactie. Vandaar. Meneer D moest even.

Rotterdams Rijm

Zag Regilio bleek
in de bibliotheek
toen hij boeksend tuurde
wijl hij dicht verduurde?

(verscheen eerder op Twitter,
lees ook andere sneldichten en Twitterpoëzie.)

Gedichtendag!

Hoera, het is Gedichtendag! In Vlaanderen en Nederland.
Meneer D schreef er al een uitgebreid stuk over (inclusief welke poëziewedstrijden je deze maand nog aan mee kunt doen).

Even in het kort: zie Gedichtendag.com voor alle info. De interessantste poëziewedstrijden: Jotie T’Hooft Poëzieprijs (deadline vandaag!), Derde Maerlant Poëzieprijs 2012 (deadline 1 februari).

Bibliotheek Rotterdam heeft een leuke actie:

“Vergeet je twittergedicht niet a.s. donderdag, nationale gedichtendag! Twitter een gedicht naar #gd010 en je verschijnt in de twitterfontein van de Bibliotheek Rotterdam.”

Meneer D moet als de donder aan het dichten slaan met die deadlines!

Gedichtendag 26 januari

Nog 11 dagen en dan is het Gedichtendag. Niet Landelijke Gedichtendag of Nationale Gedichtendag. Gewoon. Gedichtendag. Want Gedichtendag is het zowel in Nederland als in Vlaanderen.

Zie voor alle details Gedichtendag.com. Want gedichten en poëzie kunnen leuk zijn. Vooral om zelf te schrijven. Maar waar gaat het eigenlijk over?

Gedichtendag is ieder jaar hét poëziefeest van Nederland en Vlaanderen, de dag waarop de poëzie in het zonnetje wordt gezet. Waar je ook gaat, overal kom je gedichten tegen: op school, in de bibliotheek, in winkels, theaters en musea, op het werk of gewoon op straat. Ook kranten, radio, televisie en het internet klinken die dag een stuk poëtischer.

Alles een stuk poëtischer. Mooi. Meer spelen met woorden en taal is altijd goed, zeker als mensen daar wat bewuster van worden.

Het thema van Gedichtendag dit jaar is Stroom. Zelf te interpreteren hoe je het woord ziet.  Er worden rond Gedichtendag ook tal van activiteiten georganiseerd, waaronder gedichtenwedstrijden. Ja wedstrijden. Dan kun je zelf als vermeend, aspirerend, hobbykippend of hoogliterair dichter lekker wat poëzie schrijven en hopen in de prijzen te vallen (Meneer D hoopt dan altijd dat de prijzen kussens zijn).

Welke leuke of ambitieuze Gedichtendaggedichtenwedstrijden zijn er zoal? Los van een hoop voor scholieren, zijn er twee waar iedereen aan mee kan doen (als je er meer weet, laat het Meneer D weten middels een commentaar).

De Jotie T’Hooft Poëzieprijs

Jotie T’Hooft was een literair fenomeen uit Oudenaarde in België. Zijn gedichten schijnen mensen nog steeds te inspireren. Hij won diverse literaire prijzen, voor hij op zijn 21e aan een overdosis overleed. Jong Groen Oudenaarde organiseert deze wedstrijd.

Meneer D citeert Schrijven Online, want kan het zelf niet beter omschrijven:

Poëziewedstrijden in vier categorieën. Elke categorie heeft een gedicht van Jotie T’Hooft als vrijblijvend thema:
Categorie 0-12 jaar: Het ik-beest – Categorie 13-15 jaar: Ode aan de nacht – Categorie 16-18 jaar: Dit zacht verdriet – Categorie 19+: Ecce homo

Elke deelnemer mag maximum drie originele Nederlandstalige, niet eerder gepubliceerde of bekroonde gedichten inzenden.

Wel opletten; je kunt alleen per post je inzendingen opsturen, naar België, dus houd daar rekening mee.

Organisatie: Jong Groen Oudenaarde
Sluitingsdatum: 26 januari
Prijzenpot: Prijzenpot van 700 euro, boekenbonnen en publicatie
Meer informatie: www.jotiepoezieprijs.be

Derde Maerlant Poëzieprijs 2012

De Maerlant Poëzieprijs is een dichtersprijs en is genoemd naar Jacob van Maerlant (1228-1300) de aartsvader van de Nederlandse dichtkunst. De reden hiervoor is dat Maerlant voor Ridder Nicolaas van Cats een van zijn meest bekende verzenboeken heeft geschreven, “Der Nature Bloeme”, 16.000 verzen omvattend. Later is hij beroemd geworden met zijn “Spiegel Historiael” (40.000 verzen !) die geschreven werd voor Graaf Floris de Vijfde.
Het thema is “Sporen”. Dit mag in de ruimste zin opgevat worden. Het Kunstspoor organiseert deze wedstrijd. Aangezien Kunstspoor de combinatie kunst, landschap en natuur in Zeeland promoot, zullen ze vast minder met een gedicht over Yeti-sporen in de Himalaya uit de voeten kunnen. Vast meer met voetjes in het natte strandzand. Hoewel dat uiteraard te cliché is.
Per persoon kun je één gedicht inzenden, alleen per e-mail.

Organisatie: Kunstspoor
Sluitingsdatum: 1 februari 2012
Prijzenpot: De winnaar ontvangt een geldprijs van € 500,-. 30 gedichten worden geselecteerd voor een bundel.
Meer informatie: www.kunstspoor.nl/2008/maerlantprijs/

Week van de Alfabetisering & Laaggeletterdheid – De Analyse

Vorige week was het Week van de Alfabetisering waar onder andere werd gepoogd het langste gedicht van Nederland te schrijven. Meneer D heeft een aantal posts gewijd aan het thema Week van de Alfabetisering en het Langste Gedicht van Nederland. Maar zijn we daarmee klaar? Nee, zeker niet.

Laaggeletterdheid is volgens de organisatie van Week van de Alfabetisering, Stichting Lezen en Schrijven, nog immer een issue. Er is binnen Nederland een flinke groep laaggeletterden. Meneer D vraagt zich dan af: wat zijn de cijfers? Bewijzen? Wetenschappelijk onderzoek? Om te zien hoe het in vermeend op sommige vlakken schaars gealfabetiseerd land gaat, heeft Meneer D zelf zijn onderzoek op poten gezet (ah.. wat een allizeraties!).

Eerst moeten we definiëren, de scope bepalen. Wat is alfabetisering? Alfabetisering komt van het alfabet. Voor de volledigheid, we praten hier dus over: a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z.
Dit alfabet kun je weer onderverdelen in groepen – en hierbij komen we tot de kern.
We hebben de hooggeletterde groep: b d f h k l t.
De gewoongeletterde groep: a c e i m n o r s u v w x z.
En uiteindelijk de laaggeletterde groep, waar het allemaal om is te doen: g j p q y.
We zien hier al meteen een punt: de laaggeletterde groep is klein. Deze groep beslaat maar 19% van het alfabet, waar gewoon (27%) en hoog (54%) een veel groter aandeel hebben. Een van de doelstellingen van onze Taalprinses Laurentien is onder andere de laaggeletterdheid terugdringen. Gezien het geringere aantal letters, moet dit niet een groot probleem zijn, vooral daar de laaggeletterde groep ook zeldzamere letters als q en y bevatten.
Meneer D is van het ‘Praktiseer wat je Preekt’. Vandaar ook dat Meneer D de “Doe mee, Schrijf Mee” tekst, die op de website van de Week van de Alfabetisering stond, heeft gekopieerd en geanalyseerd. De statistieken zijn per geletterdheid gegeven voor voor deze tekst. Het totaal aantal lettertekens in dit stukje tekst bedroeg 907.

Hooggeletterd
Letter: aantal x in de tekst, percentage
Totaal: 186, 20.5%
b: 11, 1.2%
d: 48, 5.3%
f: 9, 1.0%
h: 20, 2.2%
k: 14, 1.5%
l: 28, 3.1%
t: 56, 6.2%

Gewoongeletterd
Letter: aantal x in de tekst, percentage
Totaal: 610, 67.2%
a: 89, 9.8%
c: 16, 1.8%
e: 161, 17.8%
i: 63, 6.9%
m: 20, 2.2%
n: 80, 8.8%
o: 36, 4.0%
r: 50, 5.5%
s: 33, 3.6%
u: 11, 1.2%
v: 30, 3.3%
w: 13, 1.4%
x: 0, 0.0%
z: 8, 0.9%

Laaggeletterd
Letter: aantal x in de tekst, percentage
Totaal: 54, 6.0%
g: 27, 3.0%
j: 12, 1.3%
p: 15, 1.7%
q: 0, 0.0%
y: 0, 0.0%

Wat meteen opvalt, is dat hooggeletterde letters in het alfabet 54% beslaan, maar van de tekst slechts 20,5% uitmaken. De gewoongeletterde letters beslaan 67,2% van de tekst, terwijl ze 27% van het alfabet uitmaken. Het terugdringen van laaggeletterdheid door de organisatie gaat ze goed af; ze geven het goede voorbeeld. Slechts een magere 6% van de letters in de tekst is laaggeletterd, terwijl ze toch 19% van het alfabet beslaan. Tot dus ver overzichtelijk.

Bij de wedstrijd Het Langste Gedicht van Nederland werden heel veel (nog) laaggeletterde taalgebruikers gestimuleerd een bijdrage te leveren. Een zeer nobel streven. Je kon aan de namen van de bijdragen zien dat er veel basisscholieren en Nederlandstweedetalers en Netnieuwenederlanders hebben meegedaan. Daarvoor een pluim voor de organisatie en iedereen die met acties in het land heeft meegeholpen.

De grote vraag is nu natuurlijk: is Het Langste Gedicht van Nederland nu erg laaggeletterd – al dan niet door bijdragen van vermeend laaggeletterde taalgebruikers? Meneer D heeft de complete tekst – inclusief namen van de dichters – van het gedicht aan een analyse onderworpen. De statistieken zijn weerom per geletterdheid gegeven voor voor deze tekst. Het totaal aantal lettertekens in dit stuk tekst bedroeg 72690.

Hooggeletterd
Letter: aantal x in de tekst, percentage
Totaal: 16311, 22.4%
b: 1237, 1.7%
d: 2967, 4.1%
f: 568, 0.8%
h: 1792, 2.5%
k: 2300, 3.2%
l: 3316, 4.6%
t: 4129, 5.7%

Gewoongeletterd
Letter: aantal x in de tekst, percentage
Totaal: 46817, 64.4%
a: 5122, 7.0%
c: 804, 1.1%
e: 12538, 17.2%
i: 4993, 6.9%
m: 1948, 2.7%
n: 6609, 9.1%
o: 3971, 5.5%
r: 3590, 4.9%
s: 2602, 3.6%
u: 1095, 1.5%
v: 1317, 1.8%
w: 1125, 1.5%
x: 13, 0.02%
z: 1082, 1.5%

Laaggeletterd
Letter: aantal x in de tekst, percentage
Totaal: 4521, 6.2%
g: 1565, 2.2%
j: 1886, 2.6%
p: 939, 1.3%
q: 24, 0.03%
y: 107, 0.15%

Wat valt er aan deze data op? Door de grotere sample van de laatste tekst, het gedicht, zie je dat ook de zeldzamere letters q, y en x gebruikt worden. Voor het overzicht zet ik even de percentages hoog-, gewoon- en laaggeletterd voor de Doe-Mee-tekst van de Stichting Lezen en Schrijven en Het Langste Gedicht naast elkaar.

  • Hooggeletterd: 20,5% voor Stichting Lezen en Schrijven, 22,4% voor Het Langste Gedicht.
  • Gewoongeletterd: 67,2% voor Stichting Lezen en Schrijven, 64,4% voor Het Langste Gedicht.
  • Laaggeletterd: 6,0% voor Stichting Lezen en Schrijven, 6,2% voor Het Langste Gedicht.

De verschillen zijn marginaal. Wat valt daaruit te concluderen? Op zich bar weinig helaas, omdat we niet weten hoeveel vermeend laaggeletterde taalgebruikers aan het gedicht meededen. Meneer D kan wel alle namen van de dichters gaan analyseren – Basisschool De Zevensprong groep 4 is vrij duidelijk – maar dat is niet verantwoord, zeker niet als je naar vermeende Netnieuwenederlanders gaat zoeken. In het Gedicht zelf is wel duidelijk te zien in sommige gevallen dat het scholieren betreft die net beginnen te dichten. Of een Somalische migrant die de eerste Nederdichtende stappen maakt. Meneer D moet bekennen dat hij niet het hele gedicht heeft gelezen, wel her en der wat fragmenten. De kwaliteit is wisselend, van bedroevend slecht, vertederend slecht, tot cliché en ook prachtige stukjes poëzie.

We zien wel twee opvallende trends. Stichting Lezen en Schrijven gebruikt minder hooggeletterde letters dan Het Langste Gedicht en Stichting Lezen en Schrijven heeft inderdaad – het zij zeer marginaal en niet-significant – minder laaggeletterde letters gebruikt.
Wat valt hieruit te concluderen? Het zegt mogelijk wat over de deelnemers aan Het Langste Gedicht van Nederland.
De eerste groep: vermeend laaggeletterde – en verse taalgebruikers (scholieren) zijn gestimuleerd mee te doen, wat het ietwat grotere percentage laaggeletterde letters verklaard. Daarentegen, als Meneer D even snel kijkt naar het aantal bijdragen van vermeend laaggeletterden – en dat aantal is best groot – dan moet geconcludeerd worden, dat het helemaal niet zo slecht gesteld is met de laaggeletterdheid binnen die groep!
De tweede groep: de Echte Dichters. Of misschien niet echte dichters, maar zij die graag met taal, woorden en poëzie spelen en dit merkbaar niet voor het eerst doen. Dit verklaart weer het hogere percentage hooggeletterde letters binnen het Gedicht.

Ik denk dat de duiding van die twee groepen meer dan genoeg zegt: wat is er leuker dan een (taal)project waar zowel beginnende dichters als zeer ervaren dichters aan meedoen? Twee contrasterende groepen, aan twee uitersten van het taal- en dichtspectrum, juist die uitersten bij elkaar brengen voor een gemeenschappelijk doel: gewoon lekker dichten.