Niet voor homofoben: homografen, homoniemen en homofonen

Homografen is zowel een homograaf als een homoniem en na hun overlijden krijg je het homofone (niet het bijna homofone homofobe) homograven.

Homografen, homoniemen en homofonen zijn voor Meneer D een bron van veel taalhumor.

Homofoon zijn woorden die hetzelfde klinken, maar die je niet hetzelfde schrijft.
B.v. kou – kauw; lijden – leiden; nog – noch; speld – spelt.

Homografen zijn woorden die je hetzelfde schrijft, maar die niet hetzelfde betekenen.
B.v. bal (rond speelgoed, dansavond), bank (meubel en financiële instelling).
Homografen hoeven niet dezelfde uitspraak te hebben. Voorkómen – vóórkomen; bedélen (uitdelen) – bédelen (vragen); het régent – de regént. Ook worden homografen wel bommelwoorden genoemd, naar de andere uitspraak die mogelijk is: bom-melding – bommel-ding.

Dan heb je nog homoniemen, een subset van de homografen. Homoniemen schrijf en spreek je hetzelfde en zijn van dezelfde woordsoort.
B.v. weer (natuurverschijnsel) en weer (opnieuw) zijn niet homoniem, wel homograaf. Net als voorkomen. Raad (advies, bestuursorgaan) is wel homoniem.

Zie ook de categorieën
homonieme en homografe woordgrappen
en homofone woordgrappen.

De oneliner verscheen eerder op Twitter.

Een kaboude onderneming

En het aardmannetje groef steeds dieper en dieper: “To coboldly go where no man has gone before.”