abseil-angst

Een kort gedicht:

abseil-angst

man, ik pleur zo vast
van de Euromast”

One Word Poem – IV

One Word Poem:

Superheldenhomohuwelijk

Het woord vertelt al het hele verhaal: het eerste superheldenhomohuwelijk is in aantocht. Marvel Comics kondigde dat aan. In het Nederlands pure poëzie om een aantal redenen. Stoere superhelden, toonbeeld van machismo en Echte Mannen. Conservatief, chauvinistisch en traditioneel als de pest. Iets waar de Echte Amerikaanse Man zich mee kon identificeren – en dat mocht hij willen, want hij is geen superheld. En dan. Homohuwelijk. Twee superhelden zijn homo en gaan trouwen. Revolutionair! Een heel verhaal in één woord.

Wat maakt het verder zo bijzonder? De klanken en het ritme.

Het metrum, het ritme. Zeg het maar eens hardop een paar keer achter elkaar: superheldenhomohuwelijk, superheldenhomohuwelijk, superheldenhomohuwelijk, superheldenhomohuwelijk. Een ongelofelijke cadans, je hoort bijna een funky ritmesectie. Je kunt het woord meedrummen alsof je de drummer van Prince bent. Het suup is de sluitende hi-hat, per de snare, hel de strakke bassdrum, den de drumstok op de rand van de snaredrum, de ho een doffere bassdrum, de mo een tomtom, de huw(e) bassdrum en bekken, lijk weer de drumstok op de rand van de snaredrum. Luister maar.

De klanken zijn ook mooi. De u van super herhaalt zich in huw. Van de su naar de per sluit je mond, dan al allitererend met de h gaat je mond van breed open met he naar rond open ho, weer terug naar bijna gesloten hu. De onbeklemtoonde sjwa’s (stomme e’s) herhalen zich ook in kadans: superheldenhomohuwelijk. Gelukkig is niet de mo van homo een me, want home zou weer lastiger uit te spreken zijn en de continuïteit teniet doen. De verwante medeklinkers p en m zitten ook mooi in de cadans. Een herhaling van de l.

Superheldenhomohuwelijk. Een prachtig klankdicht, sluitend metrum en nog een mooie, revolutionaire boodschap ook. Sinds Obama zijn steun betuigde aan het homohuwelijk is het Yes, we can! Wat uiteraard slaat op mooie poëzie, die de schrijvers bij Marvel zelf niet had kunnen bevroeden.

Lees ook: One Word Poem I, II, III en
Een gedicht in één woord en Waanzoek

Meneer D Ontleed: het gedicht Fnuikend

Meneer D ontleed: het gedicht Fnuikend.

Stukjes van Meneer D worden ontleed in Meneer D Ontleed. Niet alles wat Meneer D schrijft zal voor iedereen direct in al haar facetten begrijpelijk zijn. Dubbele bodems, (wetenschappelijke) verwijzingen, totaal onnavolgbare gedachtegangen van Meneer D, bizarre neologismen, obscure woorden. Meneer D kan niet verwachten dat de lezer, jij, de tijd en moeite neemt om alles te analyseren en research te doen. Of dezelfde gekke gedachtekronkels heeft. Dus ontleedt Meneer D het voor je.
Let wel: spoiler alert!

Eerder publiceerde Meneer D het gedicht Fnuikend. Meneer D deed het er om. Gebruikte zeer ongebruikelijke woordenboekwoorden en ging ermee goochelen. Meneer D doet dat. Gewoon, omdat het kan. Omdat Meneer D dat leuk vindt of de gewaardeerde lezer het daar nu mee eens is of niet. En om te zorgen dat het nageslacht ook nog snapt wat er in dat gedicht staat, in dit stuk wat uitleg. De lol dat sommige ogenschijnlijk neologische, stante pede bedachte woorden gewoon bestaan. In het woordenboek staan. Daarom. Wat bekendheid geven aan ouderwetsche woorden, opdat je die weer gaat gebruiken (zie ook de Ongebruikelijkte Woorden reeks).

Hieronder het gedicht.

Fnuikend
1. Fnuikend, een pracht vernietigend woord
2. Hoe dan construeer ik toch’n gedicht
3. Zonder noodlotfrats te tarten
4. Die èf-èn if gewoon festoord!

5. Fnuikend; kriebelt aan mijn neus
6. Voor fatale taal alsof’k moet fniezen
7. Ga mentaal te gronde aan de ftisis
8. Toch ervaar ik dit ja onaffreus

9.  Fnuikend, zalige ramp, een pejoratief
10. Het zegt weer factisch alles,
11. Ik kan er nunc èf-niets mee
12. Dit blijft ’n cata-strofe, kansloos fnuikeratief!

Voor de handigheid kun je ook met de muis op onderstippelde woorden staan voor de uitleg van een aantal woorden. Zin voor zin zal Meneer D het gedicht ontleden. Vooral op individuele woorden. Afhankelijk van hoe graag je in woordenboeken bladert of literair ontwikkeld bent, zul je weinig of veel nieuws lezen hieronder. In elk geval worden de keuzes van Meneer D duidelijk. Weinig toevalligheden qua gekke woorden in dit gedicht.

Zin 1. Fnuikend betekent vernietigend, noodlottig, fataal, catastrofaal, rampzalig. Deze betekenissen komen in het gedicht terug. Pracht vernietigend kun je dubbel opvatten. Fnuikend is een prachtig woord. Of een woord dat prachtvernietigend betekent. Vernietigend slaat uiteraard ook op fnuikend.

Zin 3. Noodlotfrats is een neologisme. Met noodlot wordt naar de betekenis van fnuikend verwezen. Fratsen is een woord dat met f-en-medeklinker begint, zoals vele in dit gedicht. Het gedicht bestaat natuurlijk uit louter fratsen. Hier wordt een noodlotfrats getart. De gewone uitdrukking is het lot tarten. Het noodlot wordt hier als frats bestempeld, dus het noodlot wordt niet helemaal serieus genomen. Wat weer fnuikend is, uiteraard.

Zin 4. Èf-èn verwijst fonetisch naar de fn in fnuikend. Fn of f-en-medeklinker aan het begin van een woord is de rode draad in dit gedicht. If betekent is, slissende verbastering. Omdat Meneer D dat leuk vond, meer f’en, zodat het lijkt of de dichter slist. Festoord zit qua betekenis tussen gestoord en verstoord in. Festoord is een neologisme van Meneer D.

Zin 6. Fniezen betekent niezen, een bestaand, maar verouderd woord. Fniezen omdat in zin 5 de fatale taal aan de neus kriebelt. Fatale taal, weer een f, die een verticale spiegeling is van de t uit taal – leuk voor het woordbeeld – en omdat het natuurlijk rijmt. Fatale taal klinkt bijna als een mantra.

Zin 7. Ftisis betekent tering, etymologisch gezien te gronde gaan, wat weer bij fnuikend aansluit. En weer een mooi f-gevolgd-door-medeklinker-woord.

Zin 8.  Ja is een modaal partikel. Een versterkend tussenwerpsel, betekent zoveel als toch, immers. Ja als modaal partikel komt voor in het Gronings en Nedersaksisch (o.a. Twents). En het Duits natuurlijk. Affreus betekent afschuwelijk, het heeft eenzelfde soort negatieve connotatie als fnuikend. Weer die f’en natuurlijk. Onaffreus betekent dus niet afschuwelijk.

Zin 9. Zalige ramp verwijst naar een van de betekenissen van fnuikend: rampzalig. Een pejoratief is een woord met een negatieve connotatie, zoals fnuikend, eikelwijf, ftisis.

Zin 10. Factisch betekent feitelijk. Een duur woord, vergelijkbaar met het Engelse fact. En begint weer met een f.

Zin 11. Nunc is Latijn voor nu (uitspraak: noenk). Met de c die weer spiegelt in factisch en het klank- dan wel woordbeeld dat bij fnuikend aansluit. Èf-niets is dichterlijke vrijheid voor even niets. Om de f maar weer te benadrukken.

Zin 12. Cata-strofe legt de nadruk op de strofe van het gedicht. Daarnaast is catastrofe een van de betekenissen van fnuikend. Fnuikeratief is een samentrekking van fnuikend en verneukeratief. Een neologisme van Meneer D.

Nu alle elementen en woorden uit het gedicht Fnuikend zijn ‘vertaald’, is het gedicht mogelijk (beter) leesbaar. Let wel: Meneer D geeft alleen de handreiking voor losse elementen. De interpretatie, betekenis in zins- en strofecontext laat Meneer D aan de lezer. Aan jou. Dan kun je het als één geheel lezen. Mocht je daar nog fut (ja, geen toevallige keuze met die f en u) voor hebben. Of het een goed gedicht is? Dat laat ik ook aan jou over. Of het geforceerd met weerom een f is? Ja, dat is het. Het is hier vorm boven inhoud. Het gaat om de woorden en het gegoochel, niet om de Weltschmerz met metaforen uit de klassieke oudheid te beschrijven.

En die Meneer D, denkt hij echt bij alles zo diep na om zo’n gekunsteld gedicht te maken? Neen. Uiteraard niet. Sommige dingen zijn opgezocht – bladeren in het Etymologisch Woordenboek doet soms wonderen – edoch de meeste woorden vindt Meneer D al doende. Het zoeken naar verwante klanken, binnenrijm, alliteraties, spiegelingen, woordgegoochel dat gebeurt automatisch. Meneer D ziet alle verbanden, zoals die ene meneer in Rainman geen lucifers hoeft te tellen. Ja, dat vindt Meneer D soms ook vermoeiend. Maar ja, het alter ego Meneer D is een self-proclaimed taalgoochelaar, dus hij moet wel.

F(i)n!

One Word Poem – III

One Word Poem:

teleurgang…

Een neologisme van Meneer D als One Word Poem. Dit woord is uiteraard een samentrekking van twee bestaande woorden: teleur(stelling) en teloorgang. Samengesteld roept het zoveel meer op, krijgt het meer zeggingskracht. Meneer D bedacht het woord voor zijn taalspelend betoog over zijn ongesteldheid betreffende de heer Anton Iem: Tegenstellig.

Met dank aan Pieter Teekens, hij bedacht dat teleurgang een efficiënt One Word Story is (vergelijk Six Word Stories), wat voor Meneer D neerkomt op een One Word Poem.

Maerlant Poëzieprijs: inzending ‘Bloed’

Op de verjaardag van onze koningin was de deadline van de Derde Maerlant Poëzieprijs 2012. Hetgeen voor Meneer D een beetje vreemd is. Het is de eerste Maerlant Poëzieprijs van 2012. Sterker, er is niet eens elk jaar een Maerlant Poëzieprijs. Het is de derde in totaal zo blijkt.

Meneer D heeft deze poëziewedstrijd eerder uitgebreid aangekondigd en beschreven. En zelfs kort nog een reminder geplaatst. De wedstrijd is een initiatief van Kunstspoor Noord-Beveland en heeft als thema ‘sporen‘, in de ruimst denkbare zin. Meneer D hoopt dat veel lezers ook hebben meegedaan en hun gedicht ingestuurd.

Het was uiteraard weer last minute, edoch, Meneer D heeft een gedicht ingezonden. Geen eindrijmgedicht dit keer, dat is niet zo populair bij jury’s tegenwoordig. Wel weer een wedstrijd waar Meneer D aan mee heeft gedaan! Commentaar, belevingen en feedback zijn meer dan welkom! (onder dit bericht of op Twitter)

Bloed

Laagwuivende winterzon
Vaagcontourde vlekken op het raam voor me.
Het kraanwater is te koud om te drinken.

Achteloos klik ik door wat mapjes
Dat themafeest, de nijlgans in het park
Foto van een strand dat mij vloedend vergeet.

De pixels blazen bloedtrekkend door mijn gezicht
Foto van jou.
Foto van jou. Golft naar binnen.

Gedachtesplinters schertsen even het beeld van
Onterecht verongelijkt verduren
Kleurige fragmenten worden geen geheel. Meer.

Ik blijf voor je zitten
Bedenk mijn adem van –
Wellend laat ik het niet kunnen onthouden toe.

Was ik meer als kraanwater.
Nog altijd niet vergeeld.
Veeg over de touchpad. Weggeklikt.

Poëziewedstrijd: Op Ruwe Planken zoekt arrogante dichters

“Beledigheid is des duivels oor kussen”

Een jeremiade (Meneer D wilde dat woord al zo lang een keer gebruiken) over de verruwing van de maatschappij en dat poëzie juist niet moet bijdragen aan verruwing door beledigingen te promoten. Aldus enkele reacties onder het artikel. Waar het over gaat?

“Het literair tijdschrift Op Ruwe Planken heeft een schrijfwedstrijd uitgeschreven waarbij alleen de meest vervelende dichters kans maken op de winst. Onder de titel ‘De Gemakkelijkste Vijand’ daagt Op Ruwe Planken dichters uit het publiek zo goed mogelijk te beledigen.”

Gelukkig zijn er ook andere reacties. Meneer D onderschrijft die: een kolfje naar zijn hand! Weer een poëziewedstrijd. Niet pseudointellectueel zoals sommige, geen vaag stromende thema’s die niet sporen. Geen denkbeeldenstorm geneuzel. Nee. Gewoon, rauwe brute poëzie. Om de lezer te beledigen vuigvuile woorden ledigen over diens leesbrilletje.  Dat kan Meneer D vast, al die vuilbekkerijmen.

Edoch, grappig, grof doch doeltreffend beledigen is niet zo eenvoudig. Meneer D zal er eens voor gaan zitten. Jij toch ook, flapdrol? (kijk, zo komt Meneer D er natuurlijk niet) Je krijgt er 500 woorden voor.

O, de details?

Organisatie: Op Ruwe Planken, het ruwste literaire tijdschrift van Nederland en Belgie
Sluitingsdatum: 22 februari (was 15 februari)
Prijzenpot: Prijzenpot van 100 euro aan boekenbonnen en publicatie in het tijdschrift en/of de site
Meer informatie: www.opruweplanken.nl/2012/01/orp-zoekt-arrogante-dichters/

Sinterklaasgedicht: Hooggespannen

Voor zijn zuster dichtte Meneer D onderstaand sinterklaasgedicht.

Bij sinterklaasgedichten is de thematiek altijd de vraag. Gaat het anekdotisch of scherp over de persoon in het afgelopen jaar? Over het cadeautje (Sint keek in de hoek / En vond voor jou een boek)? Gaat het slechts om de vorm? Is het vorm boven inhoud? Het is te vergelijken met aan de ene kant de oudejaarsconferences van caberetiers als Youp van ’t Hek of Dolf Jansen: het jaar passeert de revue. Aan de andere kant heb je de shows van Herman Finkers. Die noemt zichzelf grappenmaker. Het gaat om (woord)grappen om de (woord)grappen. Inhoud versus vorm. Youp en Dolf versus Finkers. Meneer D voelde zich altijd meer thuis bij de laatste.

Deze inhoud versus vorm thematiek zit ook in onderstaand gedicht verwerkt. Wat was de aanleiding? Gezien Meneer D’s taalfratsen op zijn blog, uitte de zuster van Meneer D dat ze wel hoge verwachtingen had van zijn sinterklaasgedicht. Dat wilde Meneer D wel botvieren, hoewel hij gebruikelijkerwijs het afgelopen jaar strofeklaar verwerkt. Daarenboven gaf Meneer D’s zuster uitdrukking aan wat ze van het gedicht Filereed vond. Ze gebruikte een analogie, die met letterlijk citaat, in de laatste twee regels van het gedicht verwerkt is.

Hooggespannen ingetogen
Pietermannen overwogen
Bijkans te slijmen:
Reidans van rijmen
Dichtendacht en taal,
Zwicht de nachtegaal
Om poëzie te zingen?
Alsook niet bedingen
Op inhoud van je leven
Als dicht boud opgeschreven?
En is persóonlijk hier de norm,
Of als gewoonlijk schier de vórm?
Strofen vol virtus maar ’t lezen gaat
Als ’t Circus van de Chinese staat:
“Heeel knap, maar ik ga er niet naar toe!”