Cartoon: Vocablère

Vocablère - Magda verkondigde haar woordenschat altijd luidkeels - cartoon

Soms moet je, als men je niet juist op je woorden schat, even belerend je vocabulaire blèren. Met ongebruikelijkte woorden als circumjacentiën. En de sjwa. De sjwa (eh…) wordt overigens ook in de svarabhaktivocaal toegepast. Eenieder van jullie kent het sneeuwklokje dat de winter door tingelingelingt wel, zo niet, dan weet je vast wel klepel van stempel te onderscheiden. Infaam was uiteraard het snode nog-net-niet-stopwoordje van ex-mr. Moskowitz (en vooruit, nog twee brammetjes).

Als zijsprongetje leuk te concluderen dat sinds Meneer D over circumjacentiën schreef als ongebruikelijkt woord, de Googlejacentiën Index voor dat woord van 16 is toegenomen tot 26 heden ten dage!

Boekenkast - bibliotheek - cartoon / illustratieDe boekenkast uit de bibliotheek is overigens als aparte illustratie in volle glorie te bewonderen. Dat is tevens een leuk zoekplaatje naar ‘afwijkende elementen’.

Cartoon: de boekenkast

Zondag. Tijd voor een goed boek. Wat literatuur. Of de verzamelde werken van Nicoline van der Sijs. Dus even in de boekenkast kijken.

Gisteren was het zaterdag. Klustijd. Een boekenkast in elkaar zetten. Maar dan niet van de IKEA. Van pen en papier. En Photoshop. Binnenkort zie je deze tekening als achtergrond van een taalgrapcartoon voorbijkomen. Voor nu: goed voor de zielenrust van bibliofielen.
Niet direct een talige woordgrap, maar er zitten wel een paar kleine grapjes en afwijkende elementen in.
Spot jij ze allemaal? Laat je reacties hieronder achter of op Facebook.

Boekenkast - bibliotheek - cartoon / illustratie

Zie ook: categorie cartoons & strips,
alternatieve literatuur: mond vol tanden en Russisch,
boek, kinderboek ‘Teller’, Boerkjes lezen

“End the coprocracy”

Zojuist zag Meneer D deze foto boven en artikel staan. “End the corpocracy”. Bekender zijn natuurlijk democratie en technocratie. Corpocratie: een samenleving die feitelijk politiek en economisch bestuurd wordt (gekocht wordt) door large corporations. De grote bedrijven.

image

Maar Meneer D lás niet corpocracy. Hij las coprocracy. Met het voorvoegsel copro- (niet gopro, want dit is niet te filmen). Bekend van coprofagie (zoals bij mestkevers en bepaalde vliegen die poep eten) en coprolalie (het dwangmatig gebruik van vieze woorden en scheldwoorden, letterlijk poep praten). Coprocracy zou dan gedefinieerd worden als ‘A government or social system controlled by a pile of shit’. Meneer D denkt dat menig aardbewoner een deel van de (politieke) elite ‘a bunch of crap’ vindt. Coprocracy zal vermoedelijk als term tot instemmend geknik leiden her en der.
Wie weet zien we bij een volgende demonstratie een spandoek met “End the coprocracy”. En wordt zelfs ‘TP-ing politicians’ (politici met wc-papier bekogelen) een fenomeen.

Nieuw: Meneer D’s Woordassociatiespel

Wat? Een nieuw woordspel? Na Wordfeud, WordOn en Rumble?

Zeker wel! En het is nog gratis ook. Niet te downloaden, want je speelt het niet op je telefoon. Gewoon. Op papier. Met anderen.

Het heeft even geduurd eer Meneer D alles had uitgewerkt… Een bordspel, nee woordspel uit 2009. Het wordt al her en der in het land gespeeld. Zelfs vandaag nog (op de Dag van de Hoogbegaafdheid naar het schijnt). Nu verkrijgbaar via dit blog!

Meneer D's Woordassociatiespel - logo

Met dit spel kun je helemaal los met al je homoniemen, anagrammenantoniemen, grafoniemen en bommelwoorden, wat voor een hoop taalhumor kan zorgen!

Meneer D kan heel erg uit gaan wijden, maar lees gewoon de pagina’s die Meneer D erover geschreven heeft: Meneer D’s Woordassociatiespel. Allemaal spelen!

En alle feedback is welkom 🙂

Muggenneuken

Dyslectisch mierenziften met schrijfcontext: van een gum een foliant maken.

Lees meer dyslectische posts:
Nieuwe homoniemen: webshop,
Dicht

Meneer D Ontleed: het gedicht Fnuikend

Meneer D ontleed: het gedicht Fnuikend.

Stukjes van Meneer D worden ontleed in Meneer D Ontleed. Niet alles wat Meneer D schrijft zal voor iedereen direct in al haar facetten begrijpelijk zijn. Dubbele bodems, (wetenschappelijke) verwijzingen, totaal onnavolgbare gedachtegangen van Meneer D, bizarre neologismen, obscure woorden. Meneer D kan niet verwachten dat de lezer, jij, de tijd en moeite neemt om alles te analyseren en research te doen. Of dezelfde gekke gedachtekronkels heeft. Dus ontleedt Meneer D het voor je.
Let wel: spoiler alert!

Eerder publiceerde Meneer D het gedicht Fnuikend. Meneer D deed het er om. Gebruikte zeer ongebruikelijke woordenboekwoorden en ging ermee goochelen. Meneer D doet dat. Gewoon, omdat het kan. Omdat Meneer D dat leuk vindt of de gewaardeerde lezer het daar nu mee eens is of niet. En om te zorgen dat het nageslacht ook nog snapt wat er in dat gedicht staat, in dit stuk wat uitleg. De lol dat sommige ogenschijnlijk neologische, stante pede bedachte woorden gewoon bestaan. In het woordenboek staan. Daarom. Wat bekendheid geven aan ouderwetsche woorden, opdat je die weer gaat gebruiken (zie ook de Ongebruikelijkte Woorden reeks).

Hieronder het gedicht.

Fnuikend
1. Fnuikend, een pracht vernietigend woord
2. Hoe dan construeer ik toch’n gedicht
3. Zonder noodlotfrats te tarten
4. Die èf-èn if gewoon festoord!

5. Fnuikend; kriebelt aan mijn neus
6. Voor fatale taal alsof’k moet fniezen
7. Ga mentaal te gronde aan de ftisis
8. Toch ervaar ik dit ja onaffreus

9.  Fnuikend, zalige ramp, een pejoratief
10. Het zegt weer factisch alles,
11. Ik kan er nunc èf-niets mee
12. Dit blijft ’n cata-strofe, kansloos fnuikeratief!

Voor de handigheid kun je ook met de muis op onderstippelde woorden staan voor de uitleg van een aantal woorden. Zin voor zin zal Meneer D het gedicht ontleden. Vooral op individuele woorden. Afhankelijk van hoe graag je in woordenboeken bladert of literair ontwikkeld bent, zul je weinig of veel nieuws lezen hieronder. In elk geval worden de keuzes van Meneer D duidelijk. Weinig toevalligheden qua gekke woorden in dit gedicht.

Zin 1. Fnuikend betekent vernietigend, noodlottig, fataal, catastrofaal, rampzalig. Deze betekenissen komen in het gedicht terug. Pracht vernietigend kun je dubbel opvatten. Fnuikend is een prachtig woord. Of een woord dat prachtvernietigend betekent. Vernietigend slaat uiteraard ook op fnuikend.

Zin 3. Noodlotfrats is een neologisme. Met noodlot wordt naar de betekenis van fnuikend verwezen. Fratsen is een woord dat met f-en-medeklinker begint, zoals vele in dit gedicht. Het gedicht bestaat natuurlijk uit louter fratsen. Hier wordt een noodlotfrats getart. De gewone uitdrukking is het lot tarten. Het noodlot wordt hier als frats bestempeld, dus het noodlot wordt niet helemaal serieus genomen. Wat weer fnuikend is, uiteraard.

Zin 4. Èf-èn verwijst fonetisch naar de fn in fnuikend. Fn of f-en-medeklinker aan het begin van een woord is de rode draad in dit gedicht. If betekent is, slissende verbastering. Omdat Meneer D dat leuk vond, meer f’en, zodat het lijkt of de dichter slist. Festoord zit qua betekenis tussen gestoord en verstoord in. Festoord is een neologisme van Meneer D.

Zin 6. Fniezen betekent niezen, een bestaand, maar verouderd woord. Fniezen omdat in zin 5 de fatale taal aan de neus kriebelt. Fatale taal, weer een f, die een verticale spiegeling is van de t uit taal – leuk voor het woordbeeld – en omdat het natuurlijk rijmt. Fatale taal klinkt bijna als een mantra.

Zin 7. Ftisis betekent tering, etymologisch gezien te gronde gaan, wat weer bij fnuikend aansluit. En weer een mooi f-gevolgd-door-medeklinker-woord.

Zin 8.  Ja is een modaal partikel. Een versterkend tussenwerpsel, betekent zoveel als toch, immers. Ja als modaal partikel komt voor in het Gronings en Nedersaksisch (o.a. Twents). En het Duits natuurlijk. Affreus betekent afschuwelijk, het heeft eenzelfde soort negatieve connotatie als fnuikend. Weer die f’en natuurlijk. Onaffreus betekent dus niet afschuwelijk.

Zin 9. Zalige ramp verwijst naar een van de betekenissen van fnuikend: rampzalig. Een pejoratief is een woord met een negatieve connotatie, zoals fnuikend, eikelwijf, ftisis.

Zin 10. Factisch betekent feitelijk. Een duur woord, vergelijkbaar met het Engelse fact. En begint weer met een f.

Zin 11. Nunc is Latijn voor nu (uitspraak: noenk). Met de c die weer spiegelt in factisch en het klank- dan wel woordbeeld dat bij fnuikend aansluit. Èf-niets is dichterlijke vrijheid voor even niets. Om de f maar weer te benadrukken.

Zin 12. Cata-strofe legt de nadruk op de strofe van het gedicht. Daarnaast is catastrofe een van de betekenissen van fnuikend. Fnuikeratief is een samentrekking van fnuikend en verneukeratief. Een neologisme van Meneer D.

Nu alle elementen en woorden uit het gedicht Fnuikend zijn ‘vertaald’, is het gedicht mogelijk (beter) leesbaar. Let wel: Meneer D geeft alleen de handreiking voor losse elementen. De interpretatie, betekenis in zins- en strofecontext laat Meneer D aan de lezer. Aan jou. Dan kun je het als één geheel lezen. Mocht je daar nog fut (ja, geen toevallige keuze met die f en u) voor hebben. Of het een goed gedicht is? Dat laat ik ook aan jou over. Of het geforceerd met weerom een f is? Ja, dat is het. Het is hier vorm boven inhoud. Het gaat om de woorden en het gegoochel, niet om de Weltschmerz met metaforen uit de klassieke oudheid te beschrijven.

En die Meneer D, denkt hij echt bij alles zo diep na om zo’n gekunsteld gedicht te maken? Neen. Uiteraard niet. Sommige dingen zijn opgezocht – bladeren in het Etymologisch Woordenboek doet soms wonderen – edoch de meeste woorden vindt Meneer D al doende. Het zoeken naar verwante klanken, binnenrijm, alliteraties, spiegelingen, woordgegoochel dat gebeurt automatisch. Meneer D ziet alle verbanden, zoals die ene meneer in Rainman geen lucifers hoeft te tellen. Ja, dat vindt Meneer D soms ook vermoeiend. Maar ja, het alter ego Meneer D is een self-proclaimed taalgoochelaar, dus hij moet wel.

F(i)n!