Coronavirus

*WAARSCHUWING I.V.M. CORONAVIRUS*

Er is stijgende maatschappelijke onrust vanwege het coronavirus. Taalpuristen zijn zwaar aangeslagen en vormen een risicogroep. De ene na de andere activiteit wordt afgelast. Wat terecht en correct is.

Echter, sommigen onder u besluiten activiteiten af te lassen.

Tenzij u in metaalbewerking werkt, is aflassen niet het werkwoord wat u zoekt. Afgelasten als heel werkwoord wel.

Denk in deze tijden van pendemie ook aan uw medemens die een lagere weerstand heeft voor taalaffronten, dus:
afgelasten – wij gelasten af – wij hebben afgelast

Dank voor uw begrip!

Met dt…

Meneer D is dan wel taalpurist, maar geen spellingnazi. Maar maar dit. Een dt-fout maken, kan gebeuren. Maar dit?!

Tijd voor een brandtbrief naar de Facebookredactie van Nu.nl?

Meneer D ligt even te huilen in een hoekje. Die alliteratie maakt allengs weer wat goed, gelukkig.

Cartoon: WERREM!


Vandaag wordt weer zo’n dag… Hoe duidt u uw kantoor? En vliegen de woordspelingen ons zo als warme blootjes om de oren in de commentaren?
(cartoon wel lezen met vet Rotterdams accent)

Beeldtaal: tussen-n, gooi er maar met de pet naar

Meester Warbol zal het kunnen beamen: de tussen-n maakt toch echt het verschil voor Donald Duck: matrozenpet versus matrozepet.
Donald Duck matrozenpet

De sprekors van Nieuw Hollonds

Voor de sprekors van Nieuw Hollonds wordt hut vurschil tusson duh individweluh (en asocialuh?) SUV en hut publiekuh OV ironisch genoeg steeds klaainor.

‘Terreinwagen’

Sprekon zuh gewoon auit als:

‘treinwagon’

Beeldtaal: Kom bij de Marine!

Kom bij de Marine!
Ja, we zijn er als de kippen bij!
Bij supermarkt Hoogvliet geen plofkip, maar door mariniers gedrilde kip. Zou deze op maniëristische wijze bereide kip beter smaken, dan gewoon gemarineerde kip?

image

Aderspatten

Taal verandert. Dat is een van de charmes van taal. Van de mieterse jaren vijftig tot de kicken jaren negentig. Sommige vakgebieden veranderen zo hard, dat de gebruikte vocabulaire onherkenbaar wordt, omdat begrippen, instrumenten en methodieken totaal in onbruik zijn geraakt. Wie heeft er nog met ponskaarten of magneettapes gewerkt? Of wie kan er op papier nog worteltrekken? Of kent nog steno? Verwant: Meneer D kan nog steeds Graffiti schrijven (schrift voor op de Palm PDA’s, tien jaar geleden). Technologie verandert het hardst. Vijftien jaar geleden zei Baud je nog wat, nu is 3G bijna een archaïsche term.

Om naar taalverandering te kijken, en niet naar taalvernieuwing door vernieuwing in technologie en kennis, moet je dus kijken naar iets wat niet significant verandert. Het menselijk lichaam. We breken nog steeds botten, we hebben nog steeds aneurisma’s, we groeien nog, hebben nog steeds darmen en krijgen nog steeds kinderen.

Vandaag las Meneer D ‘Oude Lectuur’, zoals elke zaterdag. Meneer D heeft net het ‘Kort overzicht van de Nederlandsche letterkunde’ door C. de Dood uit 1932 uit. Dus was Meneer D wel toe aan ‘Voorlezingen over ziekenverpleging’ door Dr. J. Eduard Stumpff, oud-geneesheer-directeur van het binnen-gasthuis te Amsterdam. De 15e herziene druk uit 1947. De eerste druk dateert van 1907. Het binnen-gasthuis te Amsterdam was toen het meest toonaangevende ziekenhuis in Nederland.

Meneer D kwam een herkenbare afbeelding tegen. Onmiskenbaar spataders. Het onderschrift luidde echter anders. Geen spataders. Neen, figuur 61 vermeldt aderspatten.

Aderspatten. Het lichaam verandert niet. Behandelingsmethoden zijn in 65, dan wel 105, jaar drastisch veranderd. Ingewikkelde medische termen, al dan niet van Latijn afgeleid, willen nog wel eens wijzigen; vergelijk Bilharzia maar eens met Schistosomiasis. Klaarblijkelijk veranderen gewoon Nederlandse benamingen over tijd ook. Wanneer zou dit gewijzigd zijn? Aderspatten wordt nog steeds in medisch land gebruikt, maar is toch wel flink verdrongen, zeker in de volksmond, door spataders.

Vanmiddag op Twitter verzon men omklapwoorden. Woorden als koolzuur-zuurkool. Getagt met #taghash of #omklapwoorden. Het toeval wil, dat aderspat ook een omklapwoord is samen met spatader! Voor een compleet overzicht van het omklapwoordenspel van vanmiddag, kun je even op Storify kijken. Meneer D laat zijn aderen voorlopig nog maar niet spatten, zeker niet van het scherm af.

De Nederlandse taal de afgelopen 100 jaar, om Herman Finkers aan te halen, is geen spatader veranderd?

Nieuw: Meneer D’s Woordassociatiespel

Wat? Een nieuw woordspel? Na Wordfeud, WordOn en Rumble?

Zeker wel! En het is nog gratis ook. Niet te downloaden, want je speelt het niet op je telefoon. Gewoon. Op papier. Met anderen.

Het heeft even geduurd eer Meneer D alles had uitgewerkt… Een bordspel, nee woordspel uit 2009. Het wordt al her en der in het land gespeeld. Zelfs vandaag nog (op de Dag van de Hoogbegaafdheid naar het schijnt). Nu verkrijgbaar via dit blog!

Meneer D's Woordassociatiespel - logo

Met dit spel kun je helemaal los met al je homoniemen, anagrammenantoniemen, grafoniemen en bommelwoorden, wat voor een hoop taalhumor kan zorgen!

Meneer D kan heel erg uit gaan wijden, maar lees gewoon de pagina’s die Meneer D erover geschreven heeft: Meneer D’s Woordassociatiespel. Allemaal spelen!

En alle feedback is welkom 🙂

Muggenneuken

Dyslectisch mierenziften met schrijfcontext: van een gum een foliant maken.

Lees meer dyslectische posts:
Nieuwe homoniemen: webshop,
Dicht

De legitimering van ‘de meisje’ als containerbegrip

‘De meisje’. De laatste maanden is al genoeg gezegd over dat het lidwoord ‘het’ dreigt te verdwijnen. De meisje zal gangbaarder worden. Een grote dolk in menig taalgevoelig hart, zoals dat van Meneer D en wellicht ook in jouw taalgevoelige hart. Het meisje is zoveel leuker, frisser. Puurder. Taalpuristischer. Hoewel.

Vandaag kwam Meneer D tot inzicht. De meisje is te legitimeren. De meisje is zelfs vrouwvriendelijker. Op nrcnext.nl stond donderdag een column van Paulien Cornelisse: Verse sap. Geen vers sap, geen het verse sap. Nee, verse sap. Paulien vindt verse sap inmiddels helemaal niet meer zo krom klinken. Ze kan bijna niet wachten tot verse sap de standaard gaat worden, laat vers sap taalharteloos vallen. Oké, Meneer D heeft ook liever verse sap dan sap uit pak.Wat ons bij het volgende punt brengt.

Op Twitter ontspon zich uiteraard een hele discussie of verse sap wel of niet correct is. Sap is een het-woord. Het sap. Dus vers sap. In sommige gevallen kan de sap ook. Analoog aan ‘mag ik de zout’, kun je ook zeggen: ‘mag ik de sap’. Onze Taal geeft taaladvies in De / Het appelsap:

Het is allebei mogelijk. ‘Mag ik de appelsap?’ suggereert dat er ergens een pak, fles of kan appelsap staat, en dat de spreker die ‘verpakking met inhoud’ graag wil hebben. In ‘Mag ik het appelsap?’ gaat het om het sap zelf, de ‘stofnaam’.

De appelsap. De sap. Het kan. Als het een verpakking met inhoud betreft. Een containerbegrip; het object zit in een verpakking, container, zoals een fles, pak, doos. Of je dan zonder bepaald of onbepaald lidwoord kunt spreken van verse sap, ook al zie je het als een verpakking met inhoud, tja. Dat is een andere discussie.

Dan nu het meisje. Meisje, verkleinwoord van meid. Verkleinwoord, altijd een het-woord. De meisje kan niet, voelt niet goed, druist tegen alle taalgevoelens in. Klinkt vreemd. Maar als we bovenstaand sapvoorbeeld toepassen, dan kan het wel. De meisje wordt van oudsher voornamelijk gebruikt door van oorsprong allochtone Nederlanders (gauw nog even het woord allochtoon gebruiken, voordat het niet meer mag). Inmiddels wordt de meisje ook door autochtone jongeren in bepaalde subculturen of straattaal gebruikt. En is dat wenselijk?

Hoe passen we het sapvoorbeeld toe op de meisje? Je moet het (verouderde?) beeld van allochtone hangjongeren op een straathoek even voor je zien. Ze roepen een passerend meisje toe: “Hé! Pssst! Meisje!” Wat doen ze daar? Objectificatie van het meisje. Het meisje wordt een object, dan wel lustobject. Het gaat om het uiterlijk, haar verpakking. Hoe verwerpelijk je het toeroepgedrag ook mag vinden, daar zit wel de bron van de meisje.

Meneer D noemde al het containerbegrip. Als je van het meisje een containerbegrip maakt, dan kun je haar de meisje noemen. En daar zit hem de crux, de omslag. Het object, het meisje, in een verpakking. Je spreekt dus niet meer van het meisje als doos. Het meisje kan een doos zijn. De meisje niet. Nee, doos is alleen de verpakking. De container voor het meisje. Het meisje, het object, zit in de container. De meisje als containerbegrip, door Onze Taal gedefinieerd als verpakking met inhoud.

En dan zijn we er. Het moment dat allochtone (en na afschaffing van allochtoon dus gewone) Nederlanders een meisje de meisje noemen, vervalt de objectificatie van vrouwen. De meisje is zoveel poëtischer. Het gaat niet meer om alleen het uiterlijk, de verpakking. Het gaat om de verpakking met inhoud. Het innerlijk. Het meisje wat in die verpakking zit. Wie zij echt is.

Is dat niet een mooie legitimering van de meisje? Meisjes en vrouwen niet meer beschouwen, aanroepen en erover rappen als (lust)object, maar – met een containerbegrip – als compleet mens, innerlijk en uiterlijk.

Waren er maar meer mensen die het over de meisje hebben!

Meer opinies en taaltrends? Lees dan ook:
WTF? De gamification van onze taal?,
De Balans. Reactie op ‘Face rijmt op reet. En wat doet de regering?’

Meneer D Ontleed: het gedicht Fnuikend

Meneer D ontleed: het gedicht Fnuikend.

Stukjes van Meneer D worden ontleed in Meneer D Ontleed. Niet alles wat Meneer D schrijft zal voor iedereen direct in al haar facetten begrijpelijk zijn. Dubbele bodems, (wetenschappelijke) verwijzingen, totaal onnavolgbare gedachtegangen van Meneer D, bizarre neologismen, obscure woorden. Meneer D kan niet verwachten dat de lezer, jij, de tijd en moeite neemt om alles te analyseren en research te doen. Of dezelfde gekke gedachtekronkels heeft. Dus ontleedt Meneer D het voor je.
Let wel: spoiler alert!

Eerder publiceerde Meneer D het gedicht Fnuikend. Meneer D deed het er om. Gebruikte zeer ongebruikelijke woordenboekwoorden en ging ermee goochelen. Meneer D doet dat. Gewoon, omdat het kan. Omdat Meneer D dat leuk vindt of de gewaardeerde lezer het daar nu mee eens is of niet. En om te zorgen dat het nageslacht ook nog snapt wat er in dat gedicht staat, in dit stuk wat uitleg. De lol dat sommige ogenschijnlijk neologische, stante pede bedachte woorden gewoon bestaan. In het woordenboek staan. Daarom. Wat bekendheid geven aan ouderwetsche woorden, opdat je die weer gaat gebruiken (zie ook de Ongebruikelijkte Woorden reeks).

Hieronder het gedicht.

Fnuikend
1. Fnuikend, een pracht vernietigend woord
2. Hoe dan construeer ik toch’n gedicht
3. Zonder noodlotfrats te tarten
4. Die èf-èn if gewoon festoord!

5. Fnuikend; kriebelt aan mijn neus
6. Voor fatale taal alsof’k moet fniezen
7. Ga mentaal te gronde aan de ftisis
8. Toch ervaar ik dit ja onaffreus

9.  Fnuikend, zalige ramp, een pejoratief
10. Het zegt weer factisch alles,
11. Ik kan er nunc èf-niets mee
12. Dit blijft ’n cata-strofe, kansloos fnuikeratief!

Voor de handigheid kun je ook met de muis op onderstippelde woorden staan voor de uitleg van een aantal woorden. Zin voor zin zal Meneer D het gedicht ontleden. Vooral op individuele woorden. Afhankelijk van hoe graag je in woordenboeken bladert of literair ontwikkeld bent, zul je weinig of veel nieuws lezen hieronder. In elk geval worden de keuzes van Meneer D duidelijk. Weinig toevalligheden qua gekke woorden in dit gedicht.

Zin 1. Fnuikend betekent vernietigend, noodlottig, fataal, catastrofaal, rampzalig. Deze betekenissen komen in het gedicht terug. Pracht vernietigend kun je dubbel opvatten. Fnuikend is een prachtig woord. Of een woord dat prachtvernietigend betekent. Vernietigend slaat uiteraard ook op fnuikend.

Zin 3. Noodlotfrats is een neologisme. Met noodlot wordt naar de betekenis van fnuikend verwezen. Fratsen is een woord dat met f-en-medeklinker begint, zoals vele in dit gedicht. Het gedicht bestaat natuurlijk uit louter fratsen. Hier wordt een noodlotfrats getart. De gewone uitdrukking is het lot tarten. Het noodlot wordt hier als frats bestempeld, dus het noodlot wordt niet helemaal serieus genomen. Wat weer fnuikend is, uiteraard.

Zin 4. Èf-èn verwijst fonetisch naar de fn in fnuikend. Fn of f-en-medeklinker aan het begin van een woord is de rode draad in dit gedicht. If betekent is, slissende verbastering. Omdat Meneer D dat leuk vond, meer f’en, zodat het lijkt of de dichter slist. Festoord zit qua betekenis tussen gestoord en verstoord in. Festoord is een neologisme van Meneer D.

Zin 6. Fniezen betekent niezen, een bestaand, maar verouderd woord. Fniezen omdat in zin 5 de fatale taal aan de neus kriebelt. Fatale taal, weer een f, die een verticale spiegeling is van de t uit taal – leuk voor het woordbeeld – en omdat het natuurlijk rijmt. Fatale taal klinkt bijna als een mantra.

Zin 7. Ftisis betekent tering, etymologisch gezien te gronde gaan, wat weer bij fnuikend aansluit. En weer een mooi f-gevolgd-door-medeklinker-woord.

Zin 8.  Ja is een modaal partikel. Een versterkend tussenwerpsel, betekent zoveel als toch, immers. Ja als modaal partikel komt voor in het Gronings en Nedersaksisch (o.a. Twents). En het Duits natuurlijk. Affreus betekent afschuwelijk, het heeft eenzelfde soort negatieve connotatie als fnuikend. Weer die f’en natuurlijk. Onaffreus betekent dus niet afschuwelijk.

Zin 9. Zalige ramp verwijst naar een van de betekenissen van fnuikend: rampzalig. Een pejoratief is een woord met een negatieve connotatie, zoals fnuikend, eikelwijf, ftisis.

Zin 10. Factisch betekent feitelijk. Een duur woord, vergelijkbaar met het Engelse fact. En begint weer met een f.

Zin 11. Nunc is Latijn voor nu (uitspraak: noenk). Met de c die weer spiegelt in factisch en het klank- dan wel woordbeeld dat bij fnuikend aansluit. Èf-niets is dichterlijke vrijheid voor even niets. Om de f maar weer te benadrukken.

Zin 12. Cata-strofe legt de nadruk op de strofe van het gedicht. Daarnaast is catastrofe een van de betekenissen van fnuikend. Fnuikeratief is een samentrekking van fnuikend en verneukeratief. Een neologisme van Meneer D.

Nu alle elementen en woorden uit het gedicht Fnuikend zijn ‘vertaald’, is het gedicht mogelijk (beter) leesbaar. Let wel: Meneer D geeft alleen de handreiking voor losse elementen. De interpretatie, betekenis in zins- en strofecontext laat Meneer D aan de lezer. Aan jou. Dan kun je het als één geheel lezen. Mocht je daar nog fut (ja, geen toevallige keuze met die f en u) voor hebben. Of het een goed gedicht is? Dat laat ik ook aan jou over. Of het geforceerd met weerom een f is? Ja, dat is het. Het is hier vorm boven inhoud. Het gaat om de woorden en het gegoochel, niet om de Weltschmerz met metaforen uit de klassieke oudheid te beschrijven.

En die Meneer D, denkt hij echt bij alles zo diep na om zo’n gekunsteld gedicht te maken? Neen. Uiteraard niet. Sommige dingen zijn opgezocht – bladeren in het Etymologisch Woordenboek doet soms wonderen – edoch de meeste woorden vindt Meneer D al doende. Het zoeken naar verwante klanken, binnenrijm, alliteraties, spiegelingen, woordgegoochel dat gebeurt automatisch. Meneer D ziet alle verbanden, zoals die ene meneer in Rainman geen lucifers hoeft te tellen. Ja, dat vindt Meneer D soms ook vermoeiend. Maar ja, het alter ego Meneer D is een self-proclaimed taalgoochelaar, dus hij moet wel.

F(i)n!