Stem!

In het muisstille stemlokaal hield hij stilletjes zijn biljet met gestrekte arm omhoog en vertrok.
Stemverheffing omdat het kon.

Hoed u voor terrorisme!

Zelfs voor eenieder die veelal slechts vluchtig het nieuws volgt, vergt het onderkennen dat het vluchten van volatiele vluchtelingen richting Europa een grote vlucht neemt, geen hogere wiskunde. Met de harde dobber voor het voorstellingsvermogen dat de verontrustende vooronderstellingen dat terroristen net zo hard dobberen richting de Europese grenzen, als de schrijnende gevallen van hen, die niet gevallen zijn in de strijd in Syrië, die zich vol ellende vervoegen bij de vervlogen voetafdrukken en verwijderde kinderlijkjes in de branding van de Europese stranden. En gezamenlijk hun wanhopige hongerige tocht voortzetten richting Hongarije en het weldadige Westen waar de grenzen zich langzaam sluiten. Maar – nog – niet gesloten zijn.

Ze zijn onder ons. Maar wie zijn ‘ze’? De irrationele paniek [1] om potentiële terroristen die in den lande mogelijk een aanslag plegen grijpt her en der drastisch en onverbiddelijk om zich heen. [2] [3]

Deze onwelvoeglijke gevoelens van ongenoegen frequenteren al kopopstekend vooral bij bepaalde golflengtes [4] van het politieke spectrum (en bij bepaalde ultraviolent groeperingen), die Meneer D niet nader zal noemen, omdat ze verondersteld vermeend niet noemenswaardig zijn.

Hoed ú zich al voor dra naderend terrorisme en angstaanjagende malheur dan wel het maltraiteren van uw dagelijkse bezigheden middels een zouteloze en laffe aanslag? Doch, wees wijs, leer eerst de feiten [5], vooraleer u fijt aan uw vinger krijgt van het wijzen.

Angst voor daders in onze wijken of wijken voor de daders? Alles draait om risicoduiding in plaats van onduidelijk dan-wel-dan-niet-dodelijke doemdagen van demagogische desillusie door deliberaat alvast de daders te duiden.

Risk is not just a board game!

Kijk naar het risico en weet waar uw kansen of onkansen liggen en ontspring de dodelijke dans. En relativeer op van uw, al dan niet politiek-pluche, zetel!

Doe als Meneer D. Word ook een doomsday prepper [6]. Handel naar de statistieken!

De kans dat u komt te overlijden door een terroristische aanslag [7] is vele malen kleiner, dan dat u komt te overlijden door een val van het keukentrapje [8] in uw eigen keuken.

Meneer D is al helemaal voorbereid op mogelijk terrorisme in zijn buurt.
Hij heeft geen keukentrapje.

* [1][2][3][4][5][6][7][8]: klik op de koppelingen van bronverwijzingen in het artikel om naar de bronnen te gaan. Meneer D style.

Aderspatten

Taal verandert. Dat is een van de charmes van taal. Van de mieterse jaren vijftig tot de kicken jaren negentig. Sommige vakgebieden veranderen zo hard, dat de gebruikte vocabulaire onherkenbaar wordt, omdat begrippen, instrumenten en methodieken totaal in onbruik zijn geraakt. Wie heeft er nog met ponskaarten of magneettapes gewerkt? Of wie kan er op papier nog worteltrekken? Of kent nog steno? Verwant: Meneer D kan nog steeds Graffiti schrijven (schrift voor op de Palm PDA’s, tien jaar geleden). Technologie verandert het hardst. Vijftien jaar geleden zei Baud je nog wat, nu is 3G bijna een archaïsche term.

Om naar taalverandering te kijken, en niet naar taalvernieuwing door vernieuwing in technologie en kennis, moet je dus kijken naar iets wat niet significant verandert. Het menselijk lichaam. We breken nog steeds botten, we hebben nog steeds aneurisma’s, we groeien nog, hebben nog steeds darmen en krijgen nog steeds kinderen.

Vandaag las Meneer D ‘Oude Lectuur’, zoals elke zaterdag. Meneer D heeft net het ‘Kort overzicht van de Nederlandsche letterkunde’ door C. de Dood uit 1932 uit. Dus was Meneer D wel toe aan ‘Voorlezingen over ziekenverpleging’ door Dr. J. Eduard Stumpff, oud-geneesheer-directeur van het binnen-gasthuis te Amsterdam. De 15e herziene druk uit 1947. De eerste druk dateert van 1907. Het binnen-gasthuis te Amsterdam was toen het meest toonaangevende ziekenhuis in Nederland.

Meneer D kwam een herkenbare afbeelding tegen. Onmiskenbaar spataders. Het onderschrift luidde echter anders. Geen spataders. Neen, figuur 61 vermeldt aderspatten.

Aderspatten. Het lichaam verandert niet. Behandelingsmethoden zijn in 65, dan wel 105, jaar drastisch veranderd. Ingewikkelde medische termen, al dan niet van Latijn afgeleid, willen nog wel eens wijzigen; vergelijk Bilharzia maar eens met Schistosomiasis. Klaarblijkelijk veranderen gewoon Nederlandse benamingen over tijd ook. Wanneer zou dit gewijzigd zijn? Aderspatten wordt nog steeds in medisch land gebruikt, maar is toch wel flink verdrongen, zeker in de volksmond, door spataders.

Vanmiddag op Twitter verzon men omklapwoorden. Woorden als koolzuur-zuurkool. Getagt met #taghash of #omklapwoorden. Het toeval wil, dat aderspat ook een omklapwoord is samen met spatader! Voor een compleet overzicht van het omklapwoordenspel van vanmiddag, kun je even op Storify kijken. Meneer D laat zijn aderen voorlopig nog maar niet spatten, zeker niet van het scherm af.

De Nederlandse taal de afgelopen 100 jaar, om Herman Finkers aan te halen, is geen spatader veranderd?

Moederloos

Eva wilde niet dat haar man wist van haar grote verdriet. Krampachtig en vergeefs probeerde ze het elke dag weer voor hem te verhuilen.

Lees ook het gedicht Stil, Six Word Story – XV,
Het buurthuis in Vleuten en Lies en Bert.

Volgaarne

Zojuist bij De Broodzaak op het station.
Klant: “Één koffie”
Medewerker herhaalt: “Één koffie?”
Klant: “Volgaarne!”
Meneer D, verrukt van zo’n edel ouderwets woord, spontaan: “Niet halfvolgaarne?”
Klant: “Nee, ik heb mijn koffie altijd graag vol.”

De medewerker en de klant worstelen wat met de pinbetaling, waardoor de pinpas en paar keer in en uit het apparaat moet.

De klant leest daarna de melding van de display hardop: “Geslaagd!”
Waarop de medewerker reageert alsof het een examen betreft: “Gefeliciteerd!”

Als Meneer D dan toch op zondagochtend om 8:15 op het station moet zijn, dan graag met zulke dialogen.

Bedankt, hè?

Een collega van Meneer D woont in Spanje. Hij is Spaans. En spreekt zijn hele leven al Spaans. Hij vertelde me onlangs een verhaal, dat een klassieke annekdote is binnen zijn familie.

Toen hij klein was, echt nog klein, ging hij met zijn ouders naar een attractiepark. Een geweldige belevenis voor zo’n klein Spaans manneke. De mascotte van het park was een beer. Een grote, pluizige beer. Uiteraard liep er een meneer rond in een megagroot pluizig berenpak. Het kleine jongetje zag alleen een hele, hele grote pluizige knuffelbeer.

Hij rende erop af en knuffelde de beer en liet niet meer los. Zoiets is natuurlijk geweldig als je een klein jongetje bent. Een levende knuffelbeer, drie keer zo groot als jij!

De beer vroeg aan zijn vader of ze op de foto wilden. Natuurlijk wilde het jongetje dat. Zoiets fantastisch. De beer zei het in gebrekkig Spaans, met een sterk Portugees accent.

De beer was waarschijnlijk een Portugese gastarbeerder die de in een warm berenpak ontberingen leed, of juist niet ontberingen, maar juist gewone beringen.

De beer drong redelijk aan op de foto. Je kent het zelf vast wel. Ga naar Eurodisney of een attractiepark en ze maken van die leuke foto’s als je in de achtbaan zit of met Mickey Mouse, als je maar teveel betaalt. Mickey Mouse en consorten spreken overigens nooit. Dat is de basisregel van attractiepark-life-size-beest-of-stripfiguur spelen is dat je nooit spreekt. Alleen non-verbaal met handen en schuddend hoofd. Een hele kunst. Deze beer niet. Hij sprak. En hij sprak Portuguespagnol.

De vader van Meneer D’s collega zag hoe blij en gelukkig zijn zoon was, dus hij gaf toe. Neem die foto maar. Dan hebben we ze een mooie herinnering. Zo gezegd, zo gedaan. De foto werd gemaakt. Klik. Dat is dan tien euro. Of een vergelijkbaar equivalent in peseta’s toen. Jaren geleden in Spanje.

Even terzijde over Spaans en Portugees.

Spaans en Portugees zijn nauw verwante talen. Ze lijken erg op elkaar. De uitspraak wil toch flink verschillen. En de spelling ook. Toch zijn er ladingen woorden die erg op elkaar lijken, met een klein verschil.  Schaap is bijvoorbeeld oveja en ovelha in respectievelijk Spaans en Portugees.

Daarenboven heb je het verschil dat je ook hebt tussen het Japans en Chinees. Japanners kennen alleen de en niet de l, vandaar dat leenwoorden en Engelse woorden verbasterd worden; er zijn websites vol met Engrish. Het Chinees kent wel de en niet de r. Wie heeft er nooit een Chinese serveerster horen herhalen ‘dlie maal Chinese lijsttafel’? Precies. En dit is geen stereotype vooroordeel. Een vergelijkbaar effect treed op als verschil tussen Spaans en Portugees. Spaans is hier het Chinees en Portugees het Japans. Neem een heel simpel zinnetje in het Spaans, dat veelvuldig in zomerse feestnummers is gebruikt:

Vamos a la playa

Dat wordt in het Portugees zo ongeveer:

Vamos à praia

Playa, praia. Het is duidelijk.

Terug naar het attractiepark met een dolblij jongetje, een vader die flink in zijn portemonnee heeft getast voor een miezerige foto, omdat hij voor een voldongen feit stond: de foto is gemaakt voordat hij het doorhad en whatever de beer ook vroeg aan belachelijk bedrag – de prijzen voor een foto in elk attractiepark zijn belachelijk – hij voelde zich verplicht de foto te kopen.

De beer bedankte de vader vriendelijk in het Portugees:

Obrigado!

Ofwel: bedankt!

De vader antwoordde meewarig in het Spaans:

Si, obligado…

Het lijkt en klinkt als praia versus playa. De woordgrap is briljant subtieler; het verwijst naar de soms kleine verschillen tussen Spaans en Portugees, maar vanwege de spitsvondigheid van wat zijn vader werkelijk zei, is dit al jaren een running gag in de familie.
Je kunt Si, obligado namelijk vertalen met: Ja, ik voelde me verplicht…

De expeditie naar Wilamowice

Reeds bijna twee maanden zijn verstreken sedert Meneer D trouw elke dag blogde. Wat is er gebeurd? Welk drama heeft zich buiten uw aller geestesoog voltrokken? Meneer D relaast hieronder.

Sommigen noemen het vakantie. Meneer D noemt het een expeditie. Een alter ego heeft ook vakantie nodig. Even een break. Even vakantie. Of even een focus op het werk. Taalwerk. Meneer D heeft een expeditie ondernomen naar Wilamowice. Met nadruk op naar. Meneer D is er nimmer aangekomen. En ternauwernood slechts uit de nabijheid van Wilamowice ontkomen. Zoals iedereen sinds groep 6 van de basisschool weet, ligt Wilamowice in Zuid-Polen (bla bla fonetische grap met zuidpolen: neen, die laat Meneer D achterwege, dit is een serieus stuk!). Het plaatsje ligt niet al te ver boven de Slowaakse grens.

Intermezzo: Meneer D bedenkt een slechte grap.

Vraag: Hoe waaks waren die grenswachters bezuiden de Poolse grens dan wel niet?
Antwoord: Slowaaks!

– einde intermezzo –

Het Nederlands kent diverse varianten; nauw verwante talen, streektalen, dialecten. Zo zijn er Afrikaans, Zeeuws, Nedersaksisch, Vlaams en het Berbice-Nederlands. En het Wymysojer. Het Wymysojer is de taal die gesproken wordt in Wilamowice. Wat sommige onderzoekers ook mogen beweren met hun Duitse taalverwantschap: de taal stamt af van het Nederlands van ene Willem. Een kolonist uit de dertiende eeuw. Goh, Wilamowice, dat lijkt best op Willem zult u nu denken. Dat klopt. Wilamowice komt van Wymysoj; Willemsoog. Dus Wymysojer is (de taal) van Wymysoj.

Wymysojer, gesproken door nog maar 60 mensen in een geïsoleerde enclave in Zuid-Polen. Prachtig stukje taalhistorie. In desolaat ruig land. Stel je voor, de Nieuwe Kolonisten die Nederland nu kent, waren voor een deel vroeger Nederlandse Kolonisten die de omgekeerde route richting Polen aflegden.

Vandaag kocht Meneer D Komrij’s Canon, een bloemlezing in honderd gedichten. De bundel begint met

hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu

– jawel, van een monnik die als kolonist naar Engeland vertrok. Ook uit de dertiende eeuw! Het oudste Nederlands ooit opgeschreven. Een gedichtje over geile vogeltjes of een idem monnik. Zet dat naast het hedendaagse zinnetje in het Wymysojer:

Ym bojm ej a fögunostta

en je ziet meteen de overeenkomsten. Oud-Nederlands! Het betekent overigens in de boom is een vogelnestje.

Meneer D vindt het mooi. Vandaar dat hij een expeditie opzette. Een expeditie naar Wilamowice. Om eens goed die prachtige taal te onderzoeken. En Meneer D moet er snel bij zijn, want het aantal sprekers van Wymysojer daalt harder dan de zeespiegel stijgt. Uitermate goed geoutilleerd toog Meneer D naar Polen. Katowice werd nog bereikt. Daarna wordt het verhaal vol van turbulentie, ondanks dat Meneer D niet met het vliegtuig reisde.

Het scheen allemaal te maken te hebben met een partij illegale Slowaakse wodka die erg leek op Poolse wodka met buffelgras erin. Een geleerde les: het klinkt alsof het laten organiseren van je expeditie door een Poolse expediteur logisch is, maar dat is het niet. Na diverse kennelijke staten, een uit de hand gelopen dorpsfeest, iemand die Meneer D nog vroeg of Meneer D zijn Poolster wilde zien, iets met een gedwongen huwelijk en eerbaarheid en eh.. eh… Wat was dat Poolse woord voor angry mob ook alweer?!

Enfin. Details. Het heeft zo’n twee maanden geduurd met omwegen via diverse enclaves behalve expeditiedoel Wilamowice, edoch Meneer D is weer in den lande.

Lees ook: Pole pole pole pole,
Actualiteit: Polen geeft munt uit met braille erop 

Ochtendverhaal – III

Er zijn veel methodes en technieken om creativiteit te stimuleren en tot originele ideeën te komen. Of het nu gaat om ideeën voor een verhaal, een cartoon, een schilderij, een game of om poëzie.

Voor de cursus poëzie schrijven was een van de methodes ochtendschrijven. Zodra je wakkerwordt, niet de krant lezen, niet opstaan en de kat water geven en de planten voeren, niet op je smartphone een uur twitteren of nieuws lezen. Nee. Gewoon, een half uur associatief schrijven. Precies 30 minuten. Timer erbij. Wat in je naar boven komt, zolang het niet autobiografisch is. Alle fouten niet corrigeren, alle typo’s ook niet. Je mag wel je waarnemingen verwerken (vandaar Ochtendverhaal – II over merels). Bij sommige mensen werkt dit fantastisch. In ochtendverhalen zitten zulke krachtige en half dromende beelden, dat je al vijf halve gedichten van hoog niveau hebt in een half uur.

Bij Meneer D niet. Sommige verhalen vielen nog mee. Maar de literaire en poëtische kwaliteiten waren ver te zoeken. Meneer D is des ochtends wel associatief, maar dat wordt dan wel melig, flauw en vooral woordgoochelend op ongeëvenaarde manier.

Wie van woordgegoochel, verhaspelingen, verkrachte uitdrukkingen, wetenschappelijke verwijzingen en allerhande woordspelingen houdt, zal zich nog wel vermaken!

Meneer D kreeg bij de cursus dus ook ‘ontheffing’ van het ochtendschrijven. Je moet doen wat iets oplevert. Op de klassieke dipmomenten – eind van de middag, begin van de avond – dan is Meneer D het creatiefst en productiefst. De meeste gedichten voor de cursus zijn ook op die momenten geschreven. Hieronder kun je lezen waarom Meneer D terecht moest stoppen met ochtendschrijven. Zeg nu zelf, hier zit geen materiaal voor de volgende Lieke Marsman, Vasalis of Tomas Tranströmer in… Wel materiaal voor Tonnus Oosterhoff, want die dicht toch alleen maar als hij aan de paddo’s zit. Het materiaal is mogelijk wel interessant voor entomologen en andere biologen. Meneer D vindt het ook een beetje sneu dat hij spontaan en zonder opzoeken woordgrappen met Diptera, Odonata of Lepidoptera maakt.

Amai, wat doet een snuitkevertje bij de Immigratiedienst?” vroeg de blauwe beambte. “Ik ben geen snuitkever, hoogstens een verkouden vlerkwants!” reposteerde Siegfried. “Maar goed ook. Snuitkevers kan ik niet uitstaan. Ben er zwaar allergisch voor als een kilootje pollen in de fladderlucht”

Siegfried nam plaats tussen twee norse, morsige watikjebromvliegen. Duidelijk op doorreis naar Hondesloopen of Overreekalf. In die buurt zou een interdroogiaal congres zijn voor Diptera. Nou, twee vleugels hadden ze wel. Ondertussen zocht Levi Doptera Mot en Vlinder, zijn twee vrouwen. In het gedrang waren ze vast met hun roltong tussen de roltrap ergens vast komen te zitten.

Een schaatsenrijder werd in sprietboeien afgevoerd. Duidelijk door het ijs gezakt bij de controles. Een geroezesmoes van honderden vluchtelingen. Brand na een heisessie. En met al die boompalen in de grond zouden ze successie hun gang laten gaan. Totale heidehabitatvernietiging. Hele families geit-en-boktorren die mistroostig voor zich uit feromoonden.

Rustig liep vuurvliegje Sintelklaas naar de balie. “Verschoning, wanneer wordt loket 2 geopend?” “Dit ís loket 2. Waarom heeft u een mijt op uw kop? Heeft die ook een inreisvisum?” “Zekerwel, net als de zwarte pietjes in de baardbaleinen op mijn poten.” “Laat maar zien die papieren. Ik ben van de oude stempel, dus het kan wat wazig worden.”

Eindeloos geblader aan loket 2. De wandelende taxonoom werd er zelfs bijgeroepen. “Voor die pietjes heeft u ook een armeluisstempel nodig. Waarom heeft u die niet aangevraagd?” De vuurvlieg zat duidelijk diep in de stront. “En had ik gezegd dat u daar mocht gaan zitten? Neen! Sleep dat vege lijf maar naar de zeshoekige cel daar. Dan komt er zo iemand bij u.”

Een zoemer klonk. De paardenvlieg liet weer een paar paar personen door de poort. “Insectie!” Uiteraard niet zonder eens flink te fouilleren. Tot groot ongenoegen van een gestipte ladybug. Ze mag nog blij zijn dat ze met haar stampei niet in een wespennest terecht kwam. In een flits was te zien hoe een bloedzuigende Dipteravrouw een mugshot kreeg en afgevoerd werd. Die werd ongetwijfeld voor de mierenleeuwen gegooid. Een ietwat sloop sluipwespje in de hoek las het damesblad Odonata. Verderop twee stoere libellen die een waterjuffer lastig vielen. Chaos als altijd. Je moest een duizendpoot zijn wilde je hier de orde kunnen bewaren.

Voor de cursus poëzie schrijven, meteen na het wakker worden, precies een half uur  associatief schrijven. Aldus bovenstaand ochtendverhaal. Lees ook Ochtendverhaal – I en Ochtendverhaal – II.

Ochtendverhaal – II

Een merel fluit en wedijvert wat met een houtduif wie het meest kan zingen. De houtduif druipt af. De merel is gewoon aan de compenseren voor de fluitloze regenochtend van eerder. Stomme merel.

Onder een afdankje kon ie toch ook gewoon fluiten met de regen als zijn ritmesectie? Maar nee, zon en een enkel wolkje wil hij om een geil vrouwtje te vinden. Hij is niet van een vrucht van regenwulpsen. Zo droog als zijn cloaca, zo heeft hij het het liefst. Beetje die zwarte veertjes laten glanzen in een Hollands miezerig zonnetje. Mannetjesmerel. Allitereert als zijn merellied.

Beter dan de grauwe kauw die zojuist met alleen een ‘ka!’ voorbij kwam. Die mag van mij zijn fluitkunst nog wat herkauwen. Zingen en fluiten om te kunnen neuken. Dan kun je merelsperma gerust zangzaad noemen. Nog altijd mooier – hé houtduif, niet jij nu opeens gaan koeren twerwijl de merel stilhoud! Aandacht tekort? – dan die eenden en hun Zuid-Soedanese paringsritueel. Vorige week nog. Een stuk of 4 eenden, 1 vrouwtje voorop, vlogen grote rondjes boven mijn appartement. Richting park. Onder veel kwakend misbaar. Je weet gewoon dat het geen baltsende paringsdans is zoals de twee Afrikaanse visarenden in Selous Game Reserve, in Tanzania anderhalf jaar geleden. De klauwen ineen geslagen wentelend door de lucht. Een vlucht van duikelingen, koprollen, hand-in-hand samen rondrennen tot je beiden bijna vliegt. Zij. Zij vlogen, de vleugels gekromd wijd. Onze ranger had er geen aandacht voor. Ik heb er geen foto’s van. Die visarendvlucht. Er was een luipaard gesignaleerd. Die zochten we. Dat was veel unieker in Selous. Er wordt maar een handvol keer per jaar een luipaard gezien daar. Bijzonder. Dus de baltsende vogels waren onbelangrijk. Ik heb nog wel een foto van een visarend zo bovenop een hoge dode palmboom, zo’n kale boom, die zijn staart optilt en een mooie straal schuin naar achter schiet uit zijn cloaca. Toch ook leuk.

Net zo banaal als die eenden. Dat vrouwtje vliegt niet zo hard om te kijken welk mannetje het sterkst is. Welnee. Eentje was sowieso niet het sterkst. Die vloog zeker tien meter achter de rest, proberend de scherpe luchtbochten te volgen. De andere twee mannetjes wilden maar één ding: neuken. Liefst als ze nog wat tegenstribbelt. Het vrouwtje vloog door. Zeker 5 grote rondes. Als ze zou gaan zitten, ergens op het gras, naast de sloot. Dan werd ze met veel – onderling – geweld door de twee wraakzuchtige woerden – lijkt ook veel op warlord qua woordbeeld – gepakt. Hell yeah, zelfs al zou ze neukend verzuipen (iets wat in Zuid-Soedan weer níet gebeurt, maar dat ligt aan gebrek aan water), dan nog zagen die woerden hun kans. Wat nou Darwin, wat nou voortplanten. Je reinste necrowoerden zijn het.

Dan de merel. Hoppend door de struiken. Saaie veelvoorkomende vogel. Zingt best leuk. Tenminste wat variatie. Zoveel zangvogels zitten hier nou ook weer niet te kwetteren. Klinkt wat sneu. Zijn korte lied. Begeleid door het strijkorkest van de schuurmachine verderop in de straat. Een parkiet klinkt toch gezelliger. Blijven merels het hele seizoen bij elkaar? Zingt het mannetje nog als hij een vrouwtje heeft gevonden? Of is het zoals bij de meeste Nederlandse mannen: wel dansen op de dansvloer en leuk doen als je nog op jacht bent, maar zodra een meisje is gescoord – voor een avond of voor langer – geen poot meer op de dansvloer zetten? Blijven merels elkaar eeuwig trouw, zoals zwanen? Vast niet, anders zaten er niet zoveel merels te tjilpen. Het kunnen niet alleen die ongebonden bachelors zijn die zich laten gelden. Ik denk dat ze er gewoon elk jaar weer opnieuw tegenaan gaan. Beetje chill, beetje tsjilp. Een enkel keertje neuken, weet je. En dan een seizoen iets met nesten, takjes, wat wurmen. Tot het volgende jaar. Geen hoge eisen die merel. Geen pretenties van kijk mij eens meeslepend leven. Maar ja, daar is zijn gezang dan ook niet naar. Met zijn gele snaveltje en zwarte veren. En een beetje hopsen door de struiken. Mannetjesmerel. Tja. Tjilp.

Voor de cursus poëzie schrijven, meteen na het wakker worden, precies een half uur  associatief schrijven. Aldus bovenstaand ochtendverhaal. Lees ook Ochtendverhaal – I.

Kinderboek ‘Teller’

Kinderboek ‘Teller‘ vertelt het verhaal van een meisje dat alle aantallen op een bord bijhoudt. In het Engels, Duits en Nederlands.

Ochtendverhaal – I

Afgebladerde verf op de kozijnen van het zolderraam. Hij tuurde even naar buiten, zijn handen op het kozijn leggend als een klein kind dat over een hekje probeert te kijken naar wat voetballende grote jongens.

Mooi weer. Prachtig weer. En hij mocht weer binnen zitten. Hij sjokte luid gapend in zijn geruite boxershort naar zijn bureaustoel. Dit was toch geen doen zo. De laptop was opgestart en daar zat hij dan. Schrijver. Oké, eigenlijk reclameschrijver. De sloganman. Swiffer bakt door en door schoon. Dat soort dingen. Maar eigenlijk was hij literator. Mulièsque, nee, Mulischesque eh Mulischoir. Nou. Literair geweld als dat van Mulisch. Dat was hij. Wilde hij. Ambitieus genoeg.

Maar hij had een writers block. Al tijden. Niet zo zuinig ook.

Voor hem lag een schrijfblok vol aantekeningen en plotwendingen.

Hij bladerde er wat door. Alleen lege bladzijden. Lijntjes. Meer niet. En op de voorkant stond “Writers block”. Voor zowel de taalman als de reclameschrijver in hem tergde dat zijn kromme tenen. Maak het maar Engels, dan verkoopt het beter. Klinkt interessant. En daarmee gaan ze geregeld finaal de mist in. Hadden ze hem maar in moeten schakelen. Deden ze niet. Soms. Suffe klusjes. Neem nou de internetprovider XS4all. Zij denken dat er staat: ‘toegang voor allen’. Engelstaligen lezen het als ‘uitwassen voor allen’. Of die bandengarage. Tyre Center. Brits-Engelse Tyre met de Amerikaans-Engelse spelling van Center. Kan toch niet? Het is nog net geen Engrish.

Over uitwassen gesproken, die Limburgse Geert, hij die fier overspoeld wordt door een tsunami van waterstofperoxide in zijn haar. Die heeft het over uitwassen. Uitwassen van de islam. Klopt wel. De islam is zo ongeveer de enige religie met uitgebreide wasvoorschriften voor het gebed. Zelfs je oren moet je goed uitwassen. Dat deed hem denken aan die campagne voor die wasverzachter. Ah, de gouden Govers-tijden. Maar hij dwaalde af. Literatuur moest er komen, zijn meesterlijke debuut. De zolderbalken waren grof afgewerkt. Hier en daar wat splinterig. Ragfijne spinnensliertjes in de hoeken. Een paar koffievlekken tegen het schuine ooit witte dak. Op drie-en-een-halve meter hoogte. Goh, wat was hij boos geweest toen! Zijn vriendin mocht de troep later opruimen. Aarde van de sanseveria lag toen ook overal.

Een ware artiest is eigenzinnig, heeft zo zijn nukken, hield hij zichzelf voor. Het bewees alleen maar dat hij een groot artiest moest zijn. Daarbinnen. Diep van binnen. Het moest er alleen nog even uit komen. En die vriendin had hij ook al niet meer. Mooi. Geen afleiding.

Later zou deze zolder vast een museum worden. Of nagebouwd in een of ander museum. Geroemd om zijn fenomenale zinnen. Maar ja. Hij worstelde al weken met de perfecte openingszin. “Het was een dag als alle andere toen hij de kabouter eens goed fijnkneep.” Nee, daar kon hij niet mee aankomen. Het was nog wel een van zijn betere vondsten. Moest hij eigenlijk wel over kabouters gaan schrijven? Dat hij ze zelf zag en er vooral last van had – de slaapfeestjes waren vermaard – betekende niet dat iedereen er op zat te wachten. En face it. Hij was geen Dirkjan die zich met kabouters kan omringen. Hij klapte de laptop dicht. Eenzame schrijver op een zolderkamer. Een groene lege sanseveriapot in de hoek. Hij legde zijn handen maar weer in zijn nek. Leunde achterover. Schrijven is 99% transpiratie. Die had hij wel gehad. Hij snoof even aan zijn oksel en trok een instemmend vies gezicht.

Nu de inspiratie nog. Zijn wereld. Op papier. Beschrijvend op zo’n manier dat je het aan kunt raken, kunt proeven. Met briljante vondsten. Dat was hij. Zo was hij. Met zijn zolderwritersblock. Stomme pen.

Wacht even, bedacht hij zich opeens. Ik heb helemaal geen zolder!

Voor de cursus poëzie schrijven, meteen na het wakker worden, precies een half uur  associatief schrijven. Aldus bovenstaand ochtendverhaal.

Gruwelijk rijmend toeval

Sommige dingen zijn gruwelijk rijmend toeval. Of juist niet te rijmen. Of geniaal toeval. Of volstrekte realiteit. Gruwelijke realiteit. Meneer D wordt ontmaskerd. Of zou dat teveel eer zijn in het dal der dingen?

Meneer D is flink bezig met gedichten en rijmen de laatste tijd. En associeert de apen uit hun staart met zijn oneliners en taalgoochelarij. Het laatste gedicht van Meneer D is een draak van een gedicht (volgens de docente van de cursus – Meneer D komt hier binnenkort op terug). Een gruwelijk rijm dus.

En dan. Dan krijgt Meneer D een bericht op Twitter. De sluier van de typefout valt. Doet Meneer D vallen. Van verbazing. Van het toeval. OnderDsteboven ervan.

Etty Drachten stuurde op Twitter Meneer D onderstaand screenshot toe, vergezeld van de tekst:

“Te veel gelezen van @talendblog blijkbaar”

Het taaltalenD van Roald Dahl. Roald Dahl. Meneer Dahl. Meneer D. Gruwelijke Rijmen. Draak van een gedicht. Meneer D’s talenD; taaltalenD. Het ei is rond, zoals de Mesopotamiërs plachtten (met dubbel-t, want het is ver-verleden tijd) te zeggen. Een gruwelijk toeval – of niet? – aan het licht gekomen door een verschrijving van taaltalent door de recensent uitgesproken betreffende sprookjes. Geen woester woorden. Als een vermoorde Letterlaaf uit de Efteling. De gruwelijke realiteit die hier neerdahlt vanuit de Wörterbergen en zich uitstrekt over het Nederdietse Ziddertaal.

Het bleef even stil in het dal.

Etty, Meneer D’s dank is duizenDmaal groot!

(en hop, nu allemaal Etty Drachten volgen op Twitter!)

De boel afbreken met mel-dingen?

30 april 2010. Koninginnedag. Een jaar na Apeldoorn. De aanslag is daar allang van de straat gepoetst, hoewel een enkeling nog wel aangeslagen zal zijn.

Dit jaar is het Koninginnedag in het Zeeuwse Wemeldingen. Nah, het is natuurlijk overal in Nederland Koninginnedag, maar in Wemeldingen komt Beatrix met haar gevolg van K.H.’s op bezoek. En dat gaat natuurlijk een bezoeking worden.
Wemeldingen heeft hetzelfde probleem als een ander, beroemd woord. Het Woord-Van-Het-Afbreekstreepje. We hebben het over bommeldingen. In de krant vaak mauvaisinterpreteerbaar als bommel-dingen afgebroken, waar bom-meldingen veel leesbaarder is. Wemel-dingen zal hetzelfde lot ondergaan. Of leest juist We-meldingen beroerder? In de krant zag ik vandaag -meldingen staan op een nieuwe regel. In een artikel over Koninginnedag. Al scannend dacht ik: nu al bommen? Nee, het ging over We-meldingen, maar ze doen nu al wel bomonderzoek ter plaatse.
Ik voorspel chaos de 30e. Is het niet omdat het Zeeuwse publiek die met alle opgelegde veil-igheidsregeltjes de boel afbreken, dan wel met de hulp- en vei-ligheidsdiensten die de boel afbreken. In hun onderlinge en publieke sms, telex, teletekst en Twitterberichten. Ik miste in m’n vorige zin ’n paar streepjes. Breekt een ambtenaar We-meldingen gek af, leest de rest te vluchtig en iedereen denkt aan een aanslag en chaos, terwijl het alleen een gekke toetsaanslag was. Geen gek met een aanslag die de toets der veiligheid heeft weten te passeren.
Kortom, een enkel streepje kan de boel afbreken en een streep door de festiviteiten halen. Dus opletten met alle -meldingen op Koninginnedag. Leve de Koning-in!

(Uit het oude archief, 30 april 2010.
Lees meer Koninginnedag-posts.)