Historische uitspraken: Gnaeus Julius

Historische uitspraken. Deel 1.

Romeins generaal Gnaeus Julius  (40-93): “Van Agricola moet ik altijd boeren.”

(Speciaal voor latinisten. En wie hem niet snapt, zie hier, hier en hier.)

Zie ook: Citaat, Bondig,
Spetter pieter, Geschiedschrijving

Stinkbloemen

“Ik kocht laatst bloemen. Stinken! Petunia non olet zeggen ze, nou ze kunnen me voor hetzelfde geld nog meer vertellen!”

Luctor et Embargo

Luctor et Embargo;
“Ik worstel en ik… Ja, doei, dat geworstel willen we niet nog een keer. Hebben zeker niets geleerd van de vorige keer. Hop, Zeeland isoleren, laat ze het zelf maar uitvogelen. Boycot al het handelsverkeer maar weer!”

Caesars Europese Expansie

Julius Caesar dobbelzinnig over zijn Europese expansie in noord-oostelijke richting:

ALEA IACTA EST
ALEA IACTA LET
ALEA IACTA LITOUWER

Ezelsbrug te ver

Om sommige namen of rijtjes te onthouden, zijn ezelsbruggetjes handig. Ezelsbruggetje is weer een benaming voor een mnemotechniek. Maar een ezelsbruggetje voor ezelsbruggetjes? Een meta-ezelsbrug?

Dat kan ook handig zijn. In het Engels is een ezelsbruggetje een mnemonic. Waarvoor je eigenlijk weer een ezelsbruggetje nodig hebt. Net als voor mnemotechniek. Maar daar gaat Meneer D nu even niet verder op in.

Ezelsbrug is weer een letterlijke vertaling van Latijn pons asinorum. Om interessant te doen en pons asinorum even in een conversatie te injiceren, moet je de term natuurlijk wel kunnen onthouden.

Dus. Een ezelsbruggetje om ezelsbruggetje in het Latijn pons asinorum te kunnen onthouden. Het ezelsbruggetje:

“ponskaart”

De jongere generatie zal het woord misschien niet meer kennen. Of in elk geval het concept niet. Vroeger waren er geen USB Flash Drives, 2TB harde schijven. Zelfs geen floppydisks of magneettapes. Vroeger had men ponskaarten. Stevige kartonnen kaarten met gaatjes. En die gaatjes op de juiste plek staan weer voor bepaalde instructies voor de computer. Vergelijk het maar met de gaatjesrol van een draaiorgel. Ponskaart in de computer steken, dan nog een, dan nog een. En de computer gaat 2×6 uitrekenen. Maar goed, Meneer D dwaalt af. Ponskaart. Niet meer dan een geponste kaart; een kaart met gaatjes.

Met ponskaart hebben we stiekem al deel één van pons asinorum. Hoe nu de rest te onthouden? Heel simpel. Bij een ponskaart denk je aan gaatjes. Denk je aan gaatjes ergens in ponsen of prikken, dan denk je aan ezeltje-prik-je.

De jongere generatie zal ezeltje-prik-je vast niet meer kennen, want er is geen iPhone app voor en ook niet verkrijgbaar voor de Wii. Enfin, Meneer D valt in herhaling. Stuk papier of karton met een ezel, blinddoek en prikken maar met de staart-aan-een-punaise. Hilariteit alom. Ezel met gaatjes.

Van ponskaart tot ezeltje-prik-je. Bij ezeltje-prik-je denk je natuurlijk weer aan een ezel. Omdat je nog onthouden hebt dat ponskaart een ezelsbruggetje is voor ezelsbruggetje in het Latijn, moet je dus ezel in het Latijn hebben. En zoals iedereen weet, is ezel in het Latijn asinus.

Mocht je dat niet weten, dan is het ezelsbruggetje dat de curves van de brug golven als a sinus (of a cosinus, maar dan zonder co). Of misschien makkelijker, het als a sinus in toonhoogte op en neer gaande klankpatroon van een balkende ezel: ie-aa-ie-aa. Maar deze alinea is wat loos. Iedereen weet wel dat asinus Latijn is voor ezel!

We hebben van ponskaart nu pons en via ezeltje-prik-je ook asinus. Het enige wat je nog hoeft te doen is asinus van de juiste uitgang in het Latijn voorzien en voilà: pons asinorum.

Waren alle ezelsbruggetjes maar zo makkelijk.

Ezelsbruggetje. Ponskaart. Pons asinorum.

Zeg niet… XLVI

Zeg niet: “En toen kwam er een olifant met een lange snuit, en die blies het verhaaltje uit”
Maar: “Neus ex machina”