Coronavirus

*WAARSCHUWING I.V.M. CORONAVIRUS*

Er is stijgende maatschappelijke onrust vanwege het coronavirus. Taalpuristen zijn zwaar aangeslagen en vormen een risicogroep. De ene na de andere activiteit wordt afgelast. Wat terecht en correct is.

Echter, sommigen onder u besluiten activiteiten af te lassen.

Tenzij u in metaalbewerking werkt, is aflassen niet het werkwoord wat u zoekt. Afgelasten als heel werkwoord wel.

Denk in deze tijden van pendemie ook aan uw medemens die een lagere weerstand heeft voor taalaffronten, dus:
afgelasten – wij gelasten af – wij hebben afgelast

Dank voor uw begrip!

Cartoon: Niet je gemiddelde duck pic…

Op Facebook en Twitter vroeg Donald Duck Weekblad zich af hoe Donald Duck eruit zou zien als mens. Ze plaatsten een menselijke versie van Willie Wortel en lampje.

Meneer D liet dat uiteraard niet op zich zitten en sloeg aan het tekenen. Het is Halloween tenslotte en Oom Donald in mensenkostuum? Prima! Hoe Donald Duck als mens eruit ziet? Zo dus! Het is niet je gemiddelde duck pic geworden…

Donald Duck als mens (gecensureerd)

(klik op de afbeelding om de ongecensureerde en mogelijk NSFW versie te zien)

Cartoon: Good Friday – sandals…

Rob DenBleyker from Cyanide & Happiness made this Jesus cartoon for Good Friday with the sandal scandal. Rob nailed it. However, punny as always, Meneer D had to respond. Sometimes you just see a missed opportinity

Cyanide & Happiness - "They should have used sandalwood"

Happy Easter! If the shoe fits, wear it…

More related reading? category: Missed Opportunities
More crucifixion related cartoons? See: Merry X-Mas!

Erdoğaiku: farm animals

Inspired by a poem by German comedian Jan Böhmermann (and the consternation it caused by narrow minded people like Recep Tayyip Erdoğan) and – thematically – Ruben L. Oppenheimer’s  cartoon, as well as Nichtlustig’s Joscha Sauer’s cartoon. Of course the fuzz started with a video (that was quite funny, the poem was quite tasteless). However, this all let Meneer D to conceive the Recep of a new form of poetry: the satirical Japanese poem. Called Erdoğaiku.

Meneer D kicks (off) and hopes that the Erdoğaiku will have many followers. For the love of satire and poetry!

Erdoğaiku: I do love satire / but I just do not do it / with farm animals

Related reading: Erdoğaiku: landbouwdieren

Erdoğaiku: landbouwdieren

Geïnspireerd door een gedicht van Duitse komiek Jan Böhmermann (en de consternatie die het veroorzaakte bij bepaalde kleingeestige mensen zoals Recep Tayyip Erdoğan) en – thematisch – de cartoon van Ruben L. Oppenheimer, alsmede de cartoon van Nichtlustigs Joscha Sauer. Het geheel begon met een video (die wel grappig was, waar het gedicht vrij smakeloos). Zodoende kwam Meneer D tot het Recep van een nieuwe poëzievorm: het satirische Japanse gedicht. Ook wel Erdoğaiku genoemd.

Meneer D trapt af en hoopt dat de Erdoğaiku veel navolging vindt.

ik doe satire
maar ik doe het dan weer niet
met landbouwdieren

Lees ook: Erdoğaiku: farm animals

Het Oekraïne-referendum: begrijpend lezen… (een stemadvies)

Het Oekraïne-referendum. Morgen gaan we massaal (pun intended) stemmen. Voor of tegen het verdrag met de Oekraïne. Zowel het voor- als tegenkamp vertelt halve waarheden of speelt (vermeend) spelletjes. Wat niet geheel onverwacht is. Het tegen-kamp onder leiding van Burgercomité EU en Geen Peil geven toe dat het helemaal niet om de Oekraïne draait, maar om de EU. Of wie weet gaat het niet eens om de EU

Het verdrag is honderden pagina’s lang en niet makkelijk leesbaar. Daarenboven als je al snapt wat er staat, is het totaalbeeld, van wat het inhoudt en wat de implicaties en eigenlijke bedoelingen op lokaal en geo-politiek vlak zijn, bijzonder lastig te overzien. Meneer D kwam zelf niet verder dan het waarnemen van een paar onjuiste spaties. Meneer D zegt dus ook niet: stemt voor, want… of stemt tegen, want… Meneer D zegt wel: begrijp je wat je leest of lees je alleen wat je begrijpt (of wil begrijpen)?

Onderstaande cartoon van Jos Collignon geeft eigenlijk argumenten die Meneer D vaker aan heeft gehaald over referenda (ja, opinie…) wel goed weer.

Referendum Oekraïne door Jos Collignon (link naar tweet van Ionica Smeets)

Zelfs met goede cijfers voor begrijpelijk lezen, academische vaardigheden, juridische taal en politicologie, dan nog is het bijna ondoenlijk te bevatten waar het verdrag over gaat. Voor de leek. En voor de meeste politici als ze eerlijk zijn, maar dat geeft niet, ze zijn druk campagne aan het voeren.

Waarbij Meneer D aankomt bij zijn punt. Op Facebook en Twitter zwerven spoedcursussen ‘stembiljet invullen’ rond. Maar zeg nu zelf… Als je het stembiljet al niet snapt, ben je dan werkelijk in staat het verdrag te snappen? Door wat er geroepen wordt door het voor- en tegenkamp; de halve waarheden, eigen karretjes, drogredenen, stemmingmakerij en wat dies meer zij, heen te prikken en je eigen, goed geïnformeerde, objectieve waarheid te construeren?

Vandaar dat Meneer D voor specifiek die mensen die op spoedcursus gaan (en voor de SP), onderstaand stemadvies heeft gemaakt. En eenieder die het formulier wel uit zichzelf snapt: zie Jos Collignon.

Oekraïne-referendum: een stemadvies

Charlie Hebdo: geen meningsstuiting

Precies een jaar geleden (met klemtoon op geleden) was de aanslag op Charlie Hebdo en de vrijheid van meningsuiting (middels cartoons). Een poging tot meningsstuiting. Een rumoerig jaar volgde. Helaas. Het vrije woord(speling) is gelukkig nog niet dood.

Een jaar geleden maakte Meneer D onderstaande cartoons als reactie op de Charlie Hebdo aanslag in Parijs. Uiteraard met woordspeling, want Meneer D blijft Meneer D.

Paris terrorist: "I killed in the *** of Allah!"

De Prof Heet Mohammed

Lees ook: “I killed in the *** of Allah”,
Geen Stijl cartoonwedstrijd,
Mohammed-cartoon?,
Charlie Hebdo: The Response

Charlie Hebdo: The Response

Na de eerste ronde van de regioverkiezingen in Frankrijk, is deze cartoon weer actueel. Front National met Marine Le Pen staat op winst.
Je kunt ‘Charlie Hebdo’ nu ook vervangen door ‘Paris’, hoewel werkloosheid ook meespeelt (en dat veelal leidt weer tot vreemdelingenhaat). Wellicht is de cartoon een oproep om minder te haten bij de volgende stemronde komende zondag.

talenD

How to respond to the onslaught on satirical magazine Charlie Hebdo?

How to respond to Charlie Hebdo? Le Pen?

We can already observe some sentiments seeking consolation with extreme right party Front National. And Marine Le Pen might be opportunistic. However. You can’t fight hate with hate.

Stay as sharp as your pen to fight for freedom (the freedom for all, not freedom for some). The Pen is still mightier than the sword.

Idea for the cartoon: Marieta van den Heuvel & Meneer D

View original post

Vexillology: the language of flags – selecting the new New Zealand flag

Let’s start with the management summary: New Zealand will select a new national flag, potential top contender the Tukutuku is great, but can be greater. And Meneer D has a suggestion for just that.

Not all languages use words. Some languages use symbols and are graphical in nature. We all know icons and pictograms. Flags are another way of communicating without words. And a strong and recognisable way as well.

New Zealand flag
The current New Zealand flag

New Zealand is currently in the process of selecting a new national flag. The current flag (left) is overly complex and only represents part of its heritage, more specifically: the British, with the prominent Union Jack in the ‘honor’ (‘canton region’) of the flag. The blue represents the ocean and the stars the Southern Cross in the skies above the islands. The New Zealand government published a longlist of 40 new flag designs:

“The Panel has reviewed all 10,292 suggested flag designs and announced an official long list of 40 flag designs. The designs included in the long list will go forward for further investigation as part of the official design review process. In mid-September, the Panel will announce the 4 alternatives which will be ranked in the first binding referendum.”

Longlist of new New Zealand flags

If you are not from New Zealand or not that familiar with New Zealand culture, heritage and symbolism (like Meneer D) or just want to know more about the reasoning behind all those flag, you might want to read new zealand flag design – long list of 40 proposals unveiled. It explains the symbolism of the koru the fern and the unfurling new fern frond. The Maori black, the Southern Cross, the ocean, the islands and the clouds.

All nice and interesting (and interesting it is! How many countries change their national flag?), but what makes a flag a good flag? And how to avoid having a bad flag? There are some bad designs in the longlist above. The article Good Flag, Bad Flag (PDF) by the North American Vexillological Association explains it all. A good read! (And interesting to observe that they dare not to mention that the USA flag should be considered a bad flag… Those fiftysomething stars are too tiny, too laboursome (and thus expensive) to manufacture. Can a child easily draw it? No. They thoroughly have to count all the lines and stars and each star has five tiny little points. You’ll end up with a mess.)

Pax Zwanikken - Tukutuku
Tukutuku by Pax Zwanikken – design for new New Zealand flag

But back to the New Zealand new flag designs. This blog post is basically a response to a Tumblr article this should be the new New Zealand flag, and this is why… The article makes a case for one design, the Tukutuku by Pax Zwanikken (the puns in Dutch Meneer D could make with that surname ;-)) and for a big part I agree with the argumentation. Nevertheless, I like his design and children can easily draw it.

The multiple heritages and symbolism is in there. The Maori art patterns in woven fabric, that can also be extended to British tartans, the simplification of the Southern Cross with diamonds. Not that bad.

NewZealand flag designs Tukutuku
Tukutuku by Pax Zwanikken – original on top, variations by Meneer D

However the overall design feels a bit dull. I am missing out on some freshness. The cause: the grey. But what if you replace the grey with blue? On the left I made a meshup. I have replaced the grey with the blue of the current New Zealand flag. What you end up is more symbolism: the diagonals with red, white and blue refer directly to the Common Wealth link, currently represented by the Union Jack in the ‘honor’ (top left corner) of the flag. The red and white (and black) still representing the Maori colours. And you also introduced one of the strong symbols in other flag designs: the blue of the ocean.

I disliked the white triangle a bit (especially in a larger version if you click the image), so I changed the white to grey. But that does not seem to do the trick.

According to the Good Flag, Bad Flag rules, the contrast between colours should be strong. And with the black and blue here, it is not the case.

New Zealand flag Tukutuku lightblue variations
Tukutuku by Pax Zwanikken – original on top, variations by Meneer D

Thus I mashed up another version. I replaced the grey with light blue. The same light blue as in the flag design Koru (Blue) by Andrew Fyfe. Now you have the symbolism. But the blue is not the British blue, so the flag will not be dominated by the British heritage. The contrasts are high enough, the image looks distinct and fresh. Fresher than the version with grey and with stronger symbolism, since a few more references are added by changing grey to blue.

With most selection processes, you go from a longlist down to the last few contenders. In this case: four. If you have your winner or winners, is that it? Usually: no. The winning photo(s) will be optimised for publication. The Next Topmodel will not be ready for all the international catwalks and most product designs will have another round of optimising and tuning to get things perfect. Just leaving the top four as is, will give you four flags with all winning elements in it, but not necessarily all combined in the best flag.

In this case: the New Zealand government would be wise to not just pick a winner based on the referendum and that’s it. They should choose to optimise the four before the referendum and perhaps even have the Kiwis pick from certain variations.

Therefore Meneer D (me) proposes for the New Zealand government (or better: the Panel) to optimise the top four and go with some variations. The variation below included (Though it can be a matter of taste what is the best or most optimised. My design variation is not necessarily the best optimisation, by all means!).

Of course this will never happen, if any Kiwis will read this post at all, the Panel was quite clear: “A potential new flag should unmistakably be from New Zealand and celebrate us as a progressive, inclusive nation that is connected to its environment, and has a sense of its past and a vision for its future.”

Meneer D is not from New Zealand. He could not have been much farther away: he is from the opposite side of the earth, from The Netherlands…

Any comments are welcome!

New Zealand flag Tukutuku lightblue
Tukutuku by Pax Zwanikken – variation lightblue replacing grey by Meneer D

 

Neologisme voor Ho-homohuwelijk

Op zoek naar een nieuw woord voor de agerende anti’s van het homohuwelijk. De Rainbow Connection…

Er is een hele meute aan veelal conservatieven die ageren tegen het homohuwelijk. In Nederland is die mad mob sedert 2001 wettelijk al de mond gesnoerd. Sinds gisteren SCOTUS (wie weet over een jaar nog dat SCOTUS staat voor Supreme Court Of The United States en niet voor iets als “ik heb jeuk aan mijn scotus”?) het homohuwelijk in alle staten van de VS grondwettelijk heeft verklaart, is terecht #LoveWins trending op Twitter en heeft half Facebook zijn profielfoto geregenbogiseerd (neologisme!). De regenboog en regenboogvlag zijn nu het symbool van huwelijk voor iedereen. Het is eigenlijk absurd dat je moet spreken van homohuwelijk en homorechten, het zou gewoon moeten gaan over huwelijk en rechten. Je hebt het tenslotte ook niet over mannen-met-toupetje-rechten, waarom zo’n triviaal demografisch gegeven eruit lichten?

Maar goed. Enfin. De tegenstanders. De agerende anti’s. Om hun punt nu te duiden met Ho-homohuwelijk klinkt iets te kerstmannelijk. Je moet iets hebben wat schmiert met (kun je schmieren met?) het symbool voor deze overwinning: de regenboog. Je hebt een Kermit- en kleurige kermisloze Rainbow Connection nodig. Vandaar. Het neologisme.

Zullen we het collectief van homohuwelijkhaters voortaan aanduiden met De Tegenboog?
Spread the word & love!
Tegen de Tegenboog!

Rijmwoordenboek

“Een rijmwoordenboek voor een dichter is als gekleurde stickertjes op de toetsen voor een concertpianist.”

(Deze opiniërende oneliner die Meneer D tweette leidde tot wat discussie op Twitter.
Op Facebook gaat de discussie lekker verder. Laat gerust je mening achter.)

Ontboezemend tutoyeren

Deze week ontving Meneer D via het contactformulier een reactie van (…). Hij schreef onder het onderwerp nieuwe woordbetekenis onderstaand bericht:

Ik moet u iets bekennen: ontboezeming = borstamputatie.
(tussen haakjes) waarom tutoyeert u uw lezers? Waarom doe je dat?
Wie denk je dat je bent om jouw wildvreemde lezers van jouw site te bejijen en te bejou(w)en?
Met de meest vriendelijke groet: (…), zeg maar jij

Uiteraard een alleraardigst bommelwoord of grafoniem: ontboezeming. Of is het in dit geval gewoon een (herontdekt) homoniem?

In ieder geval. (…) had een punt. Meneer D tutoyeert hier op dit blog. Affreus! Meneer D mailde (…) uiteraard dezelfde dag nog terug. Meneer D noteert de reactie ook hier, omdat mogelijkerwijze meer lezers – u, jij! – baat hebben bij het antwoord. Zo niet: dan is dit weer mooie bladvulling, want van alleen witte bladspiegels kan slechts Jan des B. leven. Enfin, met als onderwerp Tutoyeren op talenD blog schreef Meneer D:

Beste (…), heer (…),

Bedankt voor je reactie.
Als je meer posts van Meneer D leest, zul je zien dat het tutoyeren niet overal consequent is doorgevoerd. Soms vousvoyeert Meneer D zelfs.
Edoch, als Meneer D consequent zou vousvoyeren, wat de wat oudere dan wel notabeler lezers van Meneer D’s blog mogelijk zouden waarderen, dan wordt het allemaal iets té.
Meneer D schrijft al formeel in de derde persoon enkelvoud over zichzelf. Zijn epistels staan vol van boud archaïsch taalgebruik. Het is een stijlfiguur, bewust gekozen. Meneer D blogt nu eenmaal niet als een tiener in sms-taal. Contrast moet er zijn. Een eigen identiteit.
Maar goed, als Meneer D ook nog eens zou vousvoyeren naast allerhande andere tekstuele fratsen en ellenlange (bij)zinnen, dan werden de teksten schier onleesbaar en een tikje ontoegankelijker. Je vervreemdt de lezer dan wellicht net iets te veel, waardoor ze afhaken.
Daarenboven, Meneer D wil ook graag tutoyeren, omdat hij zijn lezers een warm hart toedraagt en toedicht en graag op persoonlijke voet met hen communiceert. Meneer D wil die illusie van persoonlijkheid die hij zo beleeft graag in stand houden.

Meneer D hoopt dat dit antwoord afdoende is op je vragen en opmerkingen.
Schroom vooral niet om via de mail of op Meneer D’s blog (https://talendblog.wordpress.com) een reactie achter te laten. Dit wordt erg gewaardeerd!

Met vriendelijke groet,

Meneer D

P.S. Als (…) graag bij naam, pseudoniem of initialen genoemd wil worden, dan kan hij dat Meneer D laten weten.

Taalnieuws: wiewatwaar?

Taalnieuws. Taaltrends. Er is veel taalnieuws, maar waar haal je het leukste, nuttigste of meest informatieve vandaan? Op Twitter is er #FF. Follow Friday. Ofwel: wie worden aangeraden om te volgen, omdat wat ze tweeten interessant is voor jouw volgers? Deze blogpost is ook een soort Follow Friday. Voor taalnieuws en taaltrends.

Eigenlijk is er één man, meneer, die de spil vormt. Vanuit Meneer D’s optiek. Of hij dat wil of niet. Hij mag best wat aandacht krijgen. De man, meneer, die op zóveel plekken over en met taal schrijft dat je je af kunt vragen of hij meer doet dan tweeten, artikelen en blogs schrijven.

Die man, meneer, is Marc van Oostendorp. Meneer D zal deze Marc niet teveel gaan ophemelen (zijn cum laudes blijven onvermeld). Wie is die Marc van O. dan? Welnu. Naast zijn voltijdsbaan als beroepstwitteraar, schrijver van columns en taalstukken, radiomaker met een wekelijkse rubriek over taal op Radio Noord-Holland, speelt hij – als kleinschalige nevenactiviteiten, eigenlijk hobby – voor senior-onderzoeker op het Meertens Instituut en hoogleraar Fonologische Microvariatie aan de Universiteit Leiden. Professor doctor Marc van Oostendorp dus.

Een productieve meneer. En wat heeft dat met taalnieuws te maken? Alles.

Onze Taal

Hij schrijft geregeld voor Onze taal‘Het Genootschap Onze Taal is een vereniging voor taalliefhebbers. Met een uniek tijdschrift: het enige in Nederland waarin deskundig én op een prettig leesbare manier over alle aspecten van de taal geschreven wordt. Het Genootschap Onze Taal heeft bovendien een Taaladviesdienst, die vragen over de Nederlandse taal beantwoordt, en geeft verder door middel van congressen, elektronische nieuwsbrieven, boeken en een website voorlichting over het Nederlands.’

Meneer D is geabonneerd op het blad. Een echte aanrader! Voor actueel taalnieuws uit binnen- en buitenland, met altijd een Nederlandse samenvatting, volg op Twitter @onzetaal. Ook voor de nodige polls en taaldiscussie. Of taalvragen. Net als op de Facebook pagina. Wil je wat frivoler en creatiever en met taal spelen – gelijk Meneer D gerne doet? – volg dan ook @spelenmettaalOT (nee, de heer Van O. zit hier niet achter).

Taalpost

Taalpost is een initiatief van Onze Taal. Eerder deze week berichtte Meneer D er al over. ‘Taalpost is een e-mailnieuwsbrief die alle taalliefhebbers snel en goed informeert over de taalactualiteit.’ Verzorgd door Erik Dams en… Marc van Oostendorp.

Ook op Twitter erg actief met (internationaal) taalnieuws en veel zinnige retweets, volg dus @taalpost. Nooit te beroerd voor lekkere interactie en retweets als je zelf leuk taalnieuws of een goede opinie hebt. Meneer D kan het weten: Marc zit ook achter de Twitterknoppen.

Neder-L blog

Neder-L is een elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek. Noem hoe je het wilt noemen. Het is gewoon een blog. Bestaan blogs nog? De blogosphere is toch dood? Nee hoor. Dit is een zeer actief blog. Elke dag verschijnen er artikelen van de hand van meerdere redactieleden. Nieuws, analyses, wetenschappelijk verantwoord spelen met taal en taaltrends, taalontwikkelingen die opvallen. Waaronder de bijna dagelijkse column van ene M. v. O. Check ook de rechterkolom met een flinke lijst aan Neerlandistische weblogs.

Uiteraard ook op Twitter: @NederLNL, vooral handig te volgen voor de aankondigingen van nieuwe artikelen op het blog. Meneer D zal niet verklappen wie er achter de tweets zit.

Fonolog

Last, but not least. Marc van Oostendorp onder privétitel. Op Twitter (inter)actief als @fonolog. Ook hier weer taalnieuws, taaltrends, taalvragen en spelen met taal en woorden.

Marc, de man die alleen naar Bach luistert. Omdat Bach de enige componist was die met taal speelde. Niet dat Back de libretto’s schreef. Welnee. Maar welke componist weet zijn eigen naam in muziekstukken te verwerken? Bach wel; je kunt de noten b-a-c-h horen (waar bij de h een oude notatie is voor de bes). Daarom dus Bach.

En waarom deze aandacht voor deze man, meneer? Naast zijn brede taalkundig verantwoorde werk gaat het hem ook om het plezier in en met taal. In de breedste zin. Niet om alles wetenschappelijke verantwoord  te doen. De lol van het vertalen van Lucebert – want een half-Latijnse naam – in het Latijn. Niet om de perfecte vertaling af te leveren – er is wat op af te dingen – maar omdat het kan, de lol van op alle manieren creatief met taal bezig te zijn. Of dat nu fonologie, poëzie, stopwoordjes, trends of een combinatie van vanalles is. Daarom.

Volgen die meneer! Overal!

Fotoboek met poëzie: ‘Moments before the flood’ van Carl De Keyzer

Enkele weken geleden kwam bij Uitgeverij Lannoo een prachtig, groot, zwaar, dik fotoboek uit. ‘Moments before the flood’van Carl De Keyzer. Even citeren:

klik op de afbeelding voor een grotere versie

Vier jaar lang heeft Carl De Keyzer vier maanden per jaar de kusten van Europa afgereisd, van het hoge noorden tot het zuiden. Hij fotografeerde vervreemdende landschappen, desolate stranden, verlaten hotels, winterse pieren en dramatische wolkenpartijen: prachtige maar onheilspellende beelden met een hoog David Lynchgehalte.
Moments before the Flood is bij uitstek een fotografie van het wachten. Carl De Keyzer portretteert de unheimlichkeit van het onbestemde en het onzekere, met een meesterlijk oog voor de schoonheid ervan en met een weergaloos gevoel voor ironie.

Gaat Meneer D hier een fotoboek bespreken? Zeker wel. Meneer D houdt van de schone kunsten, waaronder fotografie (zie ook Visual Spoonerism defines traditional gender role patterns). Ware het slechts een fotoboek, dan schreef Meneer D dit stuk niet.

klik op de afbeelding voor een grotere versie

Wat Uitgeverij Lannoo nagelaten heeft te vermelden, dat het prachtige boek – want dat is het – niet alleen foto’s staan. Er staan ook gedichten in. Of eigenlijk: één gedicht. David Van Reybrouck werkte samen met Carl De Keyzer aan dit boek. Van Reybrouck heeft een Nederlandstalig gedicht geselecteerd van een relatief onbekende Nederlandse dichter, namelijk Marijn Backer.

Onderstaand titelloze gedicht van Marijn Backer is vertaald in 18 Europese talen, talen van de kustlanden waar Carl De Keyzer zijn foto’s maakte.

Een late dag.
De kinderen zijn naar huis.
De zon drupt in zee.
Ook graaft een hond de torens stuk
van een met schelpen sterke vesting.

Door de golven trekt zijn net
een man die sterker is dan
hij kan houden.

Verderop ligt een met kleiner hand
omwalde tuin. Een vlag als veer.
Er staat een boom. Er is een hof.
Daarin een blote voeten spoor.
Daarin wind is aan het eten.

(uit: Het oog van de veeboer, Contact, 1991)

Een van de talen waarin het gedicht vertaald is, is het Sloveens. Een vriendin van Meneer D, Katjuša R. heeft dit gedicht vertaald (Meneer D publiceerde eerder het gedicht Sloveni, vidi, dicti, dat hij voor haar schreef).

Vertalen is lastig, het vertalen van poëzie helemaal. Betekenissen, dubbelzinnigheden, klanken, woordbeeld, gevoel en vooral beelden moeten kloppen. De vertaler moet een compleet (gevoels)beeld hebben bij de woorden en de concepten en gedachten erachter.
Katjuša schreef onderstaande vertaling van Marijn Backers gedicht:

Pozen dan.
Otroci so odšli domov.
Sonce kaplja v morje.
Tudi pes razkopava po stolpih
s školjkami utrjene trdnjave.

Prek valov vleče moški
mrežo močneje, kot
zmore držati.

Dalje je vrt, utrjen
z manjšo roko. Zastava kot pero.
Tam stoji drevo. Tam je dvorišče.
V njem sledovi bosih nog.
V njem se hrani veter.

Meneer D kan er helaas weinig over zeggen.

Zo nu en dan helpt Meneer D Katjuša met vertalingen. Niet dat Meneer D ook maar meer dan twee woorden Sloveens spreekt. Welnee. Maar Meneer D schept er een waarlijk genoegen in om woorden en teksten zodanig door te zagen, zodat zij de idee snapt. Het waarom van klanken, van woordkeuzes. Zo legde Meneer D haar jaren geleden uit waarom Annie M.G. Schmidt het boek Pluk van de Petteflet mogelijk zo noemde en spelde, wat je er in vertaling mee moest aanvangen. En wat die hufters nu anders zijn dan klootzakken of eikels in de film Hufters en Hofdames.

Voor bovenstaand gedicht van Marijn Backer schreef Meneer D uiteindelijk zeker twee A4’tjes vol met analyse van thematiek, klanken, woordbeeld, klankherhalingen, woordkeus, symboliek en beelden die Backer gebruikt. Uitkauwen tot op de letter, zodat de ander het snapt. Het voelt, beleeft, want vertalen kan Meneer D het niet. Alleen meer Nederlandse woorden toevoegen aan wat er al staat. Het was in elk geval afdoende genoeg dat Katjuša het gedicht in het Sloveens kon vertalen. Zoals je hieronder op de afbeelding kunt zien. Een foto van de bladzijde met de vertaling én twee secties vergroot uitgelicht voor de leesbaarheid.

Meneer D is erg trots dat onder het Sloveense gedicht in het boek ook zijn naam staat! Gezien de samenwerking en uitleg, vond Katjuša dat we het gedicht samen vertaald hadden. Er staan nu twee namen onder het gedicht. Zo’n mooi boek. En Meneer D staat erin. Waarlijk verrukt. En dank je Katjuša!

Nieuw: Meneer D’s Woordassociatiespel

Wat? Een nieuw woordspel? Na Wordfeud, WordOn en Rumble?

Zeker wel! En het is nog gratis ook. Niet te downloaden, want je speelt het niet op je telefoon. Gewoon. Op papier. Met anderen.

Het heeft even geduurd eer Meneer D alles had uitgewerkt… Een bordspel, nee woordspel uit 2009. Het wordt al her en der in het land gespeeld. Zelfs vandaag nog (op de Dag van de Hoogbegaafdheid naar het schijnt). Nu verkrijgbaar via dit blog!

Meneer D's Woordassociatiespel - logo

Met dit spel kun je helemaal los met al je homoniemen, anagrammenantoniemen, grafoniemen en bommelwoorden, wat voor een hoop taalhumor kan zorgen!

Meneer D kan heel erg uit gaan wijden, maar lees gewoon de pagina’s die Meneer D erover geschreven heeft: Meneer D’s Woordassociatiespel. Allemaal spelen!

En alle feedback is welkom 🙂

De legitimering van ‘de meisje’ als containerbegrip

‘De meisje’. De laatste maanden is al genoeg gezegd over dat het lidwoord ‘het’ dreigt te verdwijnen. De meisje zal gangbaarder worden. Een grote dolk in menig taalgevoelig hart, zoals dat van Meneer D en wellicht ook in jouw taalgevoelige hart. Het meisje is zoveel leuker, frisser. Puurder. Taalpuristischer. Hoewel.

Vandaag kwam Meneer D tot inzicht. De meisje is te legitimeren. De meisje is zelfs vrouwvriendelijker. Op nrcnext.nl stond donderdag een column van Paulien Cornelisse: Verse sap. Geen vers sap, geen het verse sap. Nee, verse sap. Paulien vindt verse sap inmiddels helemaal niet meer zo krom klinken. Ze kan bijna niet wachten tot verse sap de standaard gaat worden, laat vers sap taalharteloos vallen. Oké, Meneer D heeft ook liever verse sap dan sap uit pak.Wat ons bij het volgende punt brengt.

Op Twitter ontspon zich uiteraard een hele discussie of verse sap wel of niet correct is. Sap is een het-woord. Het sap. Dus vers sap. In sommige gevallen kan de sap ook. Analoog aan ‘mag ik de zout’, kun je ook zeggen: ‘mag ik de sap’. Onze Taal geeft taaladvies in De / Het appelsap:

Het is allebei mogelijk. ‘Mag ik de appelsap?’ suggereert dat er ergens een pak, fles of kan appelsap staat, en dat de spreker die ‘verpakking met inhoud’ graag wil hebben. In ‘Mag ik het appelsap?’ gaat het om het sap zelf, de ‘stofnaam’.

De appelsap. De sap. Het kan. Als het een verpakking met inhoud betreft. Een containerbegrip; het object zit in een verpakking, container, zoals een fles, pak, doos. Of je dan zonder bepaald of onbepaald lidwoord kunt spreken van verse sap, ook al zie je het als een verpakking met inhoud, tja. Dat is een andere discussie.

Dan nu het meisje. Meisje, verkleinwoord van meid. Verkleinwoord, altijd een het-woord. De meisje kan niet, voelt niet goed, druist tegen alle taalgevoelens in. Klinkt vreemd. Maar als we bovenstaand sapvoorbeeld toepassen, dan kan het wel. De meisje wordt van oudsher voornamelijk gebruikt door van oorsprong allochtone Nederlanders (gauw nog even het woord allochtoon gebruiken, voordat het niet meer mag). Inmiddels wordt de meisje ook door autochtone jongeren in bepaalde subculturen of straattaal gebruikt. En is dat wenselijk?

Hoe passen we het sapvoorbeeld toe op de meisje? Je moet het (verouderde?) beeld van allochtone hangjongeren op een straathoek even voor je zien. Ze roepen een passerend meisje toe: “Hé! Pssst! Meisje!” Wat doen ze daar? Objectificatie van het meisje. Het meisje wordt een object, dan wel lustobject. Het gaat om het uiterlijk, haar verpakking. Hoe verwerpelijk je het toeroepgedrag ook mag vinden, daar zit wel de bron van de meisje.

Meneer D noemde al het containerbegrip. Als je van het meisje een containerbegrip maakt, dan kun je haar de meisje noemen. En daar zit hem de crux, de omslag. Het object, het meisje, in een verpakking. Je spreekt dus niet meer van het meisje als doos. Het meisje kan een doos zijn. De meisje niet. Nee, doos is alleen de verpakking. De container voor het meisje. Het meisje, het object, zit in de container. De meisje als containerbegrip, door Onze Taal gedefinieerd als verpakking met inhoud.

En dan zijn we er. Het moment dat allochtone (en na afschaffing van allochtoon dus gewone) Nederlanders een meisje de meisje noemen, vervalt de objectificatie van vrouwen. De meisje is zoveel poëtischer. Het gaat niet meer om alleen het uiterlijk, de verpakking. Het gaat om de verpakking met inhoud. Het innerlijk. Het meisje wat in die verpakking zit. Wie zij echt is.

Is dat niet een mooie legitimering van de meisje? Meisjes en vrouwen niet meer beschouwen, aanroepen en erover rappen als (lust)object, maar – met een containerbegrip – als compleet mens, innerlijk en uiterlijk.

Waren er maar meer mensen die het over de meisje hebben!

Meer opinies en taaltrends? Lees dan ook:
WTF? De gamification van onze taal?,
De Balans. Reactie op ‘Face rijmt op reet. En wat doet de regering?’

WTF? De gamification van onze taal?

Taalschrift (Nederlandse Taalunie) publiceerde vandaag een artikel: WTF doen ‘LOL’ en ‘epic’ in onze taal? In dit artikel wordt beweerd dat vanuit de online games woorden als LOL, WTF, epic en l33t (elite) binnen het taaldomein van de jongeren en eventueel een breder publiek terechtkomen. Deze ontwikkeling noemen ze ‘gamification‘. Citaat:

Van Dale blijft er voorlopig immuun voor, maar gametaal rukt wel op. Op sociale netwerksites en in gesprekken zijn de LOL’s, epic’s en WTF’s niet van de lucht. Slaat de gamification straks ook toe in ons dagelijks taalgebruik?

Woorden – eigenlijk acroniemen – als LOL, ROLMAO gametaal noemen, is net zoiets als Jezus een filmkarakter bedacht door Mel Gibson (The Passion of the Christ) noemen, omdat je nog nooit van de Bijbel hebt gehoord.

De online game community is niet de bron van deze termen. De online game community is niet meer dan een volger. De termen bestonden voordat er online games waren. Voor veel jongeren zullen online games inderdaad de eerste confrontaties met ‘gametaal’ zijn. Die jongeren zullen als zij nieuwe woorden ‘ontdekken’ die hun vrienden en familie niet kennen zich heel l33t (elite) voelen.

Wat is wel de bron van deze termen? De bronnen van de meeste van deze termen zijn de jaren 80 en 90, toen er nog geen online games waren. Sommige termen zijn zelfs al ouder, zoals  TTFN (ta ta for now, informeel gedag zeggen) uit de jaren 40. De gametaal komt uit de oude computerwereld. De UNIX-nerds, in een tijdperk voordat Linux bestond. De allereerste stappen op het internet, voordat http of www bestonden of net bedacht waren. Toen men nog met pure tekstbrowser lynx het internet op ging. Eigenlijk nog eerder, voordat er echt internet was en men via BBS (Bulitin Board Systems) fora en chats had.

L33t (leet, elite) komt voort uit leet-speak. Een soort geheimtaal dat sinds de jaren 80 op BBS, fora en in chat wordt gebruikt door geeks en hackers (haX0rs). Tegenwoordig vooral populair bij script kiddies (nep-hackers). Het enige wat in de jaren 80 op online gamen leek, waren enkele MUD’s (Multi User Dungeons), wat volledig tekstgebaseerde rollenspellen waren, vergelijkbaar met Dungeons & Dragons. Leet-speak is ook de bron voor termen als noob (n00b, Newbie; beginneling, onwetende), suxxor, warez, pwn of powned (de naam van de omroep is niet toevallig) en pr0n.

Voor de afkortingen LOL, LMAO en wat dies meer zij, moeten we ook naar de jaren 80 en 90 kijken. Naast BBS had je Usenet, wat op zowel BBS als hedendaagse internetfora lijkt. En IRC (Internet Relay Chat), een internet protocol dat chatten mogelijk maakt(e) sinds 1988. Ja, er waren dagen dat chatten nog niet bestond. Naast LOL waren op IRC ook afkortingen als ASL (Age? Sex? Location?), brb (be right back), cu (see you), w8 (wait) gangbaar. Een deel daarvan rekenen we nu tot de sms-taal. De bronnen zijn oude IRC-chattaal, Usenet en BBS.

Meneer D weet niet hoelang epic al in zwang is als krachtterm. In elk geval van ver voor World Of Warcraft bestond. Epic valt onder gewone internet slang. Tegenwoordig is veel internet slang bijna synoniem met jongerentaal. Ook hier: vreemd om het ‘gametaal’ te noemen.

Alles wat auteur Wim de Jonge onder gamification van de taal schaart in zijn artikel, is geen gametaal. Gametaal getuigt niet van historisch besef. Het beste kun je het nog internet slang noemen. Of gewoon jongerentaal.

LOL en ROFL gametaal noemen is een epic fail! Jezus noem je ook geen filmkarakter.

De Balans. Reactie op ‘Face rijmt op reet. En wat doet de regering?’

Een reactie van Meneer D op het artikel ‘Face rijmt op reet. En wat doet de regering?‘ van taalkundige Marc van Oostendorp. In het artikel beschrijft de heer Van Oostendorp de consternatie over kromrijm. Van tegenwoordig. En van vroeger in de gedichten van Martinus Nijhoff. Rijmlijm van Hugo Brandt Corstius versus lijmrijm van Kees van Kooten.

Zowel Brandt Corstius als Van Kooten hebben gelijk en ongelijk.

Standaard en compleet eindrijm is gangbaar, is voor sommigen het ideaal, maar er zijn meer soorten rijm. Beginrijm, binnenrijm, rijmen op klankverwantschap zoals g en k. Of m en n. Een goede of creatieve dichter past het hele repertoire toe. Spelen met verwante klanken en alle soorten rijm is hoe een dichter taalvirtuositeit tentoon kan spreiden. Wat is goed rijm? Meneer D rijmde apocalyptisch op haar striptease (zie Samen Waren). De laatste twee lettergrepen zijn perfect rijm qua klank, maar qua woordbeeld niet. Stoort Van Kooten zich daar dan aan? Wat maakt dat krom rijm stoort?

Meneer D denkt dat de balans doorslaggevend is. Meneer D was bij de uitreiking van de Martinus Nijhoff Prijs 2012. Ja, de Prijs genoemd naar dezelfde dichter en vertaler Martinus Nijhoff waar Van Kooten over struikelt. Om Frans Denissen, bij zijn speech na ontvangst van de Prijs 2012 voor zijn vertalingen, aan te halen: je kunt niet elke woordspeling één op één vertalen. Sommige vondsten zijn onvertaalbaar en gaan verloren bij de vertaling. Daardoor ontstaat een onbalans. De brontekst is rijker dan de vertaalde tekst. Om dat te compenseren houdt de vertaler een balans bij en voegt en woordspeling of taalvondst toe waar de brontekst die niet had, ergens in de buurt van een onvertaalbare stuk in de brontekst.

Die balans kun je bij poëzie ook laten gelden. Als iemand alleen mislukt sinterklaasrijm schrijft met niet perfecte eindrijm, dan is daar, conform Van Kooten, veel op af te geven. Terecht. Of tenenkrommend voor een taalestheticus. Maar Meneer D is allang blij als men póogt te spelen met taal en woorden. Enfin. Als de dichter echter niet-perfect eindrijm compenseert met andere poëtische vondsten in dezelfde strofe, dan kan het een verrijking zijn en een mooi gedicht. Met rijmwoorden die anders nooit hadden bestaan of waren gevonden.

Even het voorbeeld van Marc van Oostendorp die Van Kooten aanhaalt aanhalen (Meneer D doet het er om). Uit het gedicht Impasse van Martinus Nijhoff:

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelraam.

Van Kooten valt over aan laten rijmen op raam. Hij mist de rest van de poëtische waarde van de zinnen. Als Nijhoff het volgende had geschreven:

Een kerel vang te fluiten aan
En tuurt even door het raam.

Dan, dan had Van Kooten gelijk. Dat is gewoon krom sinterklaaseindrijm. Maar Nijhoff stopt zijn strofe zo vol alliteraties (h), herhalingen van de ‘l’, binnenrijm (ui en o in wolk-opwaarts, met terugkering van de w), verplaatsing van (verwante) klanken (fluiten-tuimel). Om nog maar van ritme, flow en metrum te spreken. Sterker nog, er zitten zoveel poëtische vondsten in Nijhoffs tekst dat als je raam door scherm vervangt – en er dus helemaal geen eindrijm is – de tekst nauwelijks aan poëtische waarde inboet:

Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycine door het tuimelscherm.

Brandt Corstius focust zich exclusief op het rijm. De klanken. Verzamelt ze. Rijm om het rijm, niet om de inhoud (zie Sinterklaasgedicht: Hooggespannen voor een verhandeling over inhoud versus vorm). Daar kan Meneer D zich in vinden. En Van Kooten? Wat hedendaags kromrijm afkraken, geregeld terecht. Wat is hier het meest verbazingwekkende? Het moment dat Van Kooten Nijhoff gaat aanpakken op zijn eindrijm. Hiermee geeft Van Kooten blijk dat hij geen snars van poëtisch taalgebruik snapt. En dat voor een van Neerlands grootste Taalmannen. Of hij is gewoon rigide koppig en puristisch wat eindrijm betreft. Linksom of rechtsom: de balans is zoek.

Link: De fijne nalatenschap van tweedetaalleerders

Taaljournalist Gaston Dorren schreef een interessante blog: De fijne nalatenschap van tweedetaalleerders. Goed startpunt voor een discussie! Meneer D citeert de in- dan wel aanleiding:

“Waarom zijn Baskisch en Georgisch zo moeilijk en Engels, Spaans en Perzisch zo makkelijk? Taalkundige John McWhorter, auteur van What language is, is er gauw mee klaar, of althans zo gauw als deze breedsprakige schrijver kan: het komt door de tweedetaalleerders.”

Uiteraard heeft Meneer D gereageerd, want hij is het niet geheel met de heer Dorren eens. Wel deels. Het mooie van niet-eens zijn: je hoeft er geen taalwetenschapper voor te zijn.

Lees het artikel en discussieer mee!