Cartoon: Vocablère

Vocablère - Magda verkondigde haar woordenschat altijd luidkeels - cartoon

Soms moet je, als men je niet juist op je woorden schat, even belerend je vocabulaire blèren. Met ongebruikelijkte woorden als circumjacentiën. En de sjwa. De sjwa (eh…) wordt overigens ook in de svarabhaktivocaal toegepast. Eenieder van jullie kent het sneeuwklokje dat de winter door tingelingelingt wel, zo niet, dan weet je vast wel klepel van stempel te onderscheiden. Infaam was uiteraard het snode nog-net-niet-stopwoordje van ex-mr. Moskowitz (en vooruit, nog twee brammetjes).

Als zijsprongetje leuk te concluderen dat sinds Meneer D over circumjacentiën schreef als ongebruikelijkt woord, de Googlejacentiën Index voor dat woord van 16 is toegenomen tot 26 heden ten dage!

Boekenkast - bibliotheek - cartoon / illustratieDe boekenkast uit de bibliotheek is overigens als aparte illustratie in volle glorie te bewonderen. Dat is tevens een leuk zoekplaatje naar ‘afwijkende elementen’.

Hoed u voor terrorisme!

Zelfs voor eenieder die veelal slechts vluchtig het nieuws volgt, vergt het onderkennen dat het vluchten van volatiele vluchtelingen richting Europa een grote vlucht neemt, geen hogere wiskunde. Met de harde dobber voor het voorstellingsvermogen dat de verontrustende vooronderstellingen dat terroristen net zo hard dobberen richting de Europese grenzen, als de schrijnende gevallen van hen, die niet gevallen zijn in de strijd in Syrië, die zich vol ellende vervoegen bij de vervlogen voetafdrukken en verwijderde kinderlijkjes in de branding van de Europese stranden. En gezamenlijk hun wanhopige hongerige tocht voortzetten richting Hongarije en het weldadige Westen waar de grenzen zich langzaam sluiten. Maar – nog – niet gesloten zijn.

Ze zijn onder ons. Maar wie zijn ‘ze’? De irrationele paniek [1] om potentiële terroristen die in den lande mogelijk een aanslag plegen grijpt her en der drastisch en onverbiddelijk om zich heen. [2] [3]

Deze onwelvoeglijke gevoelens van ongenoegen frequenteren al kopopstekend vooral bij bepaalde golflengtes [4] van het politieke spectrum (en bij bepaalde ultraviolent groeperingen), die Meneer D niet nader zal noemen, omdat ze verondersteld vermeend niet noemenswaardig zijn.

Hoed ú zich al voor dra naderend terrorisme en angstaanjagende malheur dan wel het maltraiteren van uw dagelijkse bezigheden middels een zouteloze en laffe aanslag? Doch, wees wijs, leer eerst de feiten [5], vooraleer u fijt aan uw vinger krijgt van het wijzen.

Angst voor daders in onze wijken of wijken voor de daders? Alles draait om risicoduiding in plaats van onduidelijk dan-wel-dan-niet-dodelijke doemdagen van demagogische desillusie door deliberaat alvast de daders te duiden.

Risk is not just a board game!

Kijk naar het risico en weet waar uw kansen of onkansen liggen en ontspring de dodelijke dans. En relativeer op van uw, al dan niet politiek-pluche, zetel!

Doe als Meneer D. Word ook een doomsday prepper [6]. Handel naar de statistieken!

De kans dat u komt te overlijden door een terroristische aanslag [7] is vele malen kleiner, dan dat u komt te overlijden door een val van het keukentrapje [8] in uw eigen keuken.

Meneer D is al helemaal voorbereid op mogelijk terrorisme in zijn buurt.
Hij heeft geen keukentrapje.

* [1][2][3][4][5][6][7][8]: klik op de koppelingen van bronverwijzingen in het artikel om naar de bronnen te gaan. Meneer D style.

Ongebruikelijkte woorden: jokdorpel

Jokdorpel. Een woord van poëtische schoonheid. Het woord is geen grafoniem samengesteld uit jokken, dorp en een lengtemaat. Zou leuk zijn, maar helaas. Jokdorpel is een term uit de scheepvaart of eigenlijk – om het kroonprinselijk te zeggen – uit het water management. Een echt Nederlands woord in hart en nieren. Dijken, polders, waterkeringen, sloten, gemalen, drooglegging – o nee, dat was Amerikaans, ringvaarten, sluizen, Delta-werken, molens, kanalen. En jokdorpels.

Weerom eens kijken hoe ongebruikelijkt jokdorpel is. Wat is de Googlejacentiën Index van jokdorpel? Google leert ons het volgende:

  • jokdorpel – Googlejacentiën Index: 53

Een vrij ongebruikelijkt woord dus. Meneer D is blij weer zo’n woord gevonden te hebben. Het klinkt als een rondedans. Spreek jokdorpel maar eens een paar keer achter elkaar uit en je ziet de boeren op de jokdorpelwals zwieren over het dorpsplein in de polder. Jokdorpel, jokdorpel, ÉÉN-twee-drie, jokdorpel. Prachtig.

En het woord dan? Jokdorpel? Wel, eens kijken wie wat zegt. Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie heeft het WNT (Woordenboek der Nederlandsche Taal) online gezet. Daar treffen we jokdorpel aan. Maar Meneer D kan er weinig mee. Op Encyclo.nl komen we een stuk verder met jokdorpel:

“opstaande rand op de sluisdrempel of sluisvloer, waartegen de sluisdeuren sluiten. Men onderscheidt de onderslagdorpel en de bovenslagdorpel”

Tof. Meneer D wil er ook één in zijn tuintje om het minitatuur bergbeekje mee op te vrolijken. Opdat de buren zullen zeggen: “Meneer D, wat heeft ú een vrolijke jokdorpel zeg!” Trots glimmend zal Meneer D de buurman dan een blik van verstandhouding toewerpen. Volgens het Van Dale Etymologisch Woordenboek – ja, de bron van veel vermaak en woorden voor Meneer D, zo staat voor jokdorpel het tevens schone jokari – is het woord voor het eerst gevonden in 1844 en betekent het hardstenen balk waarover de sluisdeuren draaien. Ofwel, de dorpel die het juk draagt. Wie er een mooi plaatje van weet – een jokdorpel of de hele sluisdeurconstructie – laat het even weten (zou het toeval zijn dat weten lijkt op WNT?) in een commentaar. Meneer D wil wel zien wat hij in zijn tuintje neer gaat leggen.

Onderdeel van de Ongebruikelijkte Woorden cyclus is uiteraard zorgen dat de woorden niet zo ongebruikelijkt mee zijn en iedereen ze vaker gaat gebruiken. De Googlejacentiën Index van alle ongebruikelijkte woorden waar Meneer D over schrijft zal dan ook hopelijk omhoog gaan. Hoe zorgen we ervoor dat we het meer gebruiken? Praktijkvoorbeelden. Helpt altijd. Een praktijk case.

Je komt op visite bij een stel vrienden. Ze zijn nog niet zo lang geleden verhuisd. Er is al veel gebeurd. Alles opgeknapt. Een hele dure houten vloer is er strak ingelegd. Meerkleurig hardhouten visgraatpatroon. Dat is de aanleiding. Je moet de vloer komen bewonderen en superlatieven gaan roepen. Gordijnen open, zondagmiddagherfstzon die weerspiegelt in de nog lege balzaal. Maar voordat je naar binnen mag – voorzichtig, we willen niet dat de kruimeltjes bouwpuin krassen op de verse laklaag veroorzaakt – moet je je schoenen uittrekken. Schoenen uit. Je had het voorzien, je hebt sokken zonder gaten aan. Je kijkt naar rechts, want je wilt de eerste schittering van het koele zonlicht op de laklaag bewonderen, waarvanonder de warme gloed van het echte hout naar voren komt. Je let even niet op. En jawel: *KABLAM* half struikelend heb je zojuist je rechter grote teen keihard tegen de drempel, die de gang – excusez – hal van de woonkamer scheidde, gestoten. En niet zo zuinig zacht ook. Je vertrekt van de pijn, maar besluit toch te blijven. Pijnlijk ontstemd verbwijt je je gastheer en -dame:

“Oi! Is dat een manier om iemand naar binnen te sluizen?! Ik ben blij dat het een rubberen drempel is en niet zo’n hardstenen jokdorpel. Dan voelde ik pas echt nattigheid en hele blauwe tenen, mijn traanbuissluisdeuren zouden dan eventjes pijlijk opengedraaid worden. … Mooie vloer trouwens! Strak visgraatje.”

Jokdorpel. Wie gebruikt het woord niet de komende maanden?

Ongebruikelijkte woorden: svarabhaktivocaal

Svarabhaktivocaal. Niet het meest ongebruikelijkte woord dat er bestaat. Maar wel een woord van grote schoonheid. Een mogelijke ramp voor dyslectici en stotteraars. Een woord met 5 a’s. Een woord dat er exotisch en moeilijk uitziet. Hieronder volgt zo de betekenis, heel even geduld.

Feitelijk beginnen: wat is de Googlejacentiën Index van svarabhaktivocaal? Google leert ons het volgende:

  • svarabhaktivocaal – Googlejacentiën Index: 899

Achthonderdnegenennegentig resultaten. Dat is een flink hoge Googlejacentiën Index toch wel. Gelukkig is het woord ongebruikelijkt genoeg om niet door de spellingschecker herkend te worden, noch staat het in het Groene Boekje. Of Witte. Svarabhaktivocaal – zelfs typend is het voor Meneer D geen tonguetwister, edoch zowat een fingertwister bij het tienvingerig blind typen – blijkt niet buitengemeen ongebruikelijkt als er zelfs een Wikipedia pagina voor is en Onze Taal er een compleet taaladvies aan wijdt:

Een svarabhaktivocaal is een uh-klank die in de spreektaal tussen twee medeklinkers wordt ingevoegd om de uitspraak te vergemakkelijken. Het gaat om de klank die wordt gehoord in [melluk] (melk) en [arrum] (arm).

Deze stomme e, in vaktaal wel sjwa genoemd, kan niet overal worden ingevoegd. Het invoegen van een svarabhaktivocaal is alleen mogelijk in lettergrepen die eindigen op twee medeklinkers waarvan de eerste de l of de is; de tweede mag geen t- of s-klank zijn: [werruk], [dorrup], [halluf], [hellup], maar [hals] (niet [hallus]), [held] (niet [hellud]), [milt] (niet [millut]). Uit die laatste voorbeelden blijkt dat het dus niet om de spelling, maar om de uitspraak van het woord gaat.

Het woord svarabhakti is Oudindisch. In Van Dale (2005) wordt het woord als volgt verklaard:svara betekent ‘klank, klinker’ en bhakti betekent ‘deel, verdeling’: ‘verdeling/scheiding in een woord door een klinker’. Het woord is in de eerste decennia van de 20ste eeuw in gebruik gekomen in de taalkunde. Soms wordt voor dit verschijnsel ook de naam sjwa-insertiegebruikt.

Svarabhaktivocaal is dus een leuk woord voor een klein groepje fonetiekelingen (blijft u met die neologismes strooien, Meneer D? Meneer D: ja!). Het is een mooi woord uit de taalkunde, uit de hoek van fonologie. Een woord om iets uit de spreektaal te beschrijven. En naast de taalwetenschappelijke context en interesse zal er een kleine groep mensen zijn die het woord als puzzelwoord of ongebruikelijkt woordenboekwoord waarderen, zoals Meneer D.

Wat vindt Meneer D nu zo mooi aan svarabhaktivocaal? Het woordbeeld is natuurlijk prachtig. Het doet Meneer D wat denken aan de voornaam Bhaktaprasad uit een leuk kikkerkinderboek. Meneer D haalt vooral de lol uit het schier onmogelijk gecompliceerde woord voor een miniem simpel klankje. Iets heel simpels. Dat je zo vaak zegt. Iedereen kent het. Mel-luk. Veel primitiever kan taal bijna niet zijn. Voordat meneer Cro Magnon “oenga oenga” kon zeggen, zei hij “uh”, zoals de zwakke sjwa uit mel-luk. Hij gebruikte een svarabhaktivocaal, maar dat wist-ie niet. Net zoals veel mensen het waarschijnlijk niet weten. Hoeveel mensen zeggen: “Mag ik de melk?” en denken daarbij: “Goh, sprak ik zojuist een svarabhaktivocaal uit? Gaaf zeg! Vanaf nu ga ik ook letten op mijn glottisslagen! Nu maar hopen dat niemand dat gaat na-apen.” Weinig. Kan Meneer D verzekeren. Simpel verschijnsel, prachtige term om zoiets simpels te benoemen.

Enfin (Meneer D wilde enfin eens gebruiken, omdat het niet in zijn standaardrepertoire zit), svarabhaktivocaal is een ongebruikelijkt woord. Ook met dit prachtige fonetiekelingen woordenboekwoord willen we – wil Meneer D – dat het minder ongebruikelijkt wordt. Meneer D wil de lezer stimuleren svarabhaktivocaal in een conversatie te gebruiken. Niet zomaar: “Kijk eens wat voor woord ik nu weer geleerd heb!” Nee, gewoon. In context. Spontaan, als het echt van toepassing is. Meneer D zal de lezer een handreiking doen.

Stel, je zit na een dagje gezellig winkelen in een Amsterdamse – of Zaanse – kroeg. Je hoort de man of vrouw naast je met een onvervalst West-Fries accent spreken. Je herkent de herkomst van het accent meteen. West-Fries en wel te verstaan: Alkmaar. Duidelijk. West-Fries, met zo’n dikke dubbelle-dubbelle eL.
Wie deze eL niet herkent, kan zich even verdiepen in de uitspraak van de Purmerendse Britt Dekker met haar – voor sommigen mogelijk ietwat te platte – muziekclipje F*cking Vet: “Toen ik naar Suriname vloog”, het clipje begint bij die zin, zodat het ongerief beperkt blijft. Ok, Purmerend is niet Alkmaar, maar de eL is close enough.
In alle geveinsde onwetendheid vraag je – na eerst wat beleefdheden te hebben uitgewisseld over het weer en het bier – waar de ander vandaan komt.
De ander reageert met: “Ik kom uit Al-lukmaar”.
Alkmaar heeft op zijn Alkmaars bijna drie lettergrepen, een heel ander verhaal dan een net Hollands glas mel-k.
Je kunt nu dus spontaan antwoorden: “Ah, wat leuk, uit Alkmaar! Ik meende het West-Friese accent al te herkennen, prachtig hoe u de svarabhaktivocaal in uw uitspraak Alkmaar weet op te rekken met een sterk verlengde sjwa tot schier een syllabe! Die klankwaarneming verwarmt mijn fonetische hart bijna net zo hard als deze whiskey. À propos whiskey, kan ik u nog wat te drinken aanbieden?”
Zo heeft u prachtig s-geallitereerd de Alkmaarder aangesproken, svarabhaktivocaal in een conversatie gebezigd zonder aanmatigend te zijn en je gesprekspartner tevreden gesteld met een drankje.

Zo simpel kan het gebruik van svarabhaktivocaal in een conversatie zijn!

Ongebruikelijkte woorden: Googlejacentiën Index

Ok, Googlejacentiën in de titel is geen ongebruikelijkt woord, het is een neologisme. Zojuist door Meneer D bedacht.

Voor alle ongebruikelijkte woorden wil Meneer D graag een indicatie hebben van hoe ongebruikelijkt die woorden eigenlijk zijn. Vandaar dat Meneer D de Ongebruikelijkte Woorden Index gaat gebruiken, ook wel Googlejacentiën Index genoemd. Googlejacentiën is samengesteld naar analogie van circumjacentiën; van Google en  Latijn jacere dat liggen betekent. Kortom: hoe ligt het woord in Google? Met de Googlejacentiën Index wil Meneer D aangeven hoe ongebruikelijkt het vorige week geblogde Ongebruikelijkte woord Circumjacentiën is. En in de toekomst voor elk nieuw ongebruikelijkt woord waar Meneer D over wil schrijven. Hoe lager de Googlejacentiën Index, hoe ongebruikelijkter het woord.

Die Googlejacentiën Index is heel simpel: hoeveel (unieke) Nederlandstalige zoekresultaten geeft Google voor een bepaald ongebruikelijkt woord. Voor circumjacentiën geeft Google 16 (unieke) resultaten (50 met dubbele, maar tel maar en kijk op pagina 2).

  • Circumjacentiën – Googlejacentiën Index: 16

Sommige oplettende lezers zullen wellicht opmerken dat Google 18 unieke zoekresultaten geeft. Dat klopt. De Googlejacentiën Index moet worden gemeten vóórdat Meneer D over het ongebruikelijkte woord blogt. Een blogpost van Meneer D beïnvloedt mogelijkerwijs de Googlejacentiën Index. In het geval van circumjacentiën staan op de plaatsen 3 en 4 in de zoekresultaten (momentopname) verwijzingen naar talenD blog. Dit blog. En het is niet geheel ondenkbaar dat als de ijverige lezer over 2 dagen weer kijkt naar de resultaten in Google ook deze blogpost ziet verschijnen, dan wordt de Index 19. Mogelijk verschijnen zelfs de Twitter tweets van Meneer D bij de resultaten. Geen enkele pagina op het ganse internet – in de jaren negentig hadden we nog Internet, ja ja het is Nineties Request Week op 3FM – gebruikt zo vaak het woord circumjacentiën als deze. Als Meneer D nog veel langer zo doorgaat, zal circumjacentiën niet lang meer een ongebruikelijkt woord zijn.

Ongebruikelijkte woorden: circumjacentiën

Sommige woorden zijn ongebruikelijk, in onbruik geraakt, onbekend. Daarom zijn die woorden niet minder mooi.

Vandaag: circumjacentiën. De omgeving, de omliggende plaatsen. Of letterlijk: omliggend. Van Latijn circum– dat voor om of rond, vergelijk circa. En Latijn jacere dat liggen betekent. Die laatste kennen de meesten wel van nabijliggend in het Engels, ofwel adjacent.

Op die verjaardag morgen kun je dus even leuk circumjacentiën terloops gebruiken: “Ja, de rookwolk boven dat Noorse cruiseschip scheen in Aalesund en alle circumjacentiën te zien te zijn.” Wat weer grappig is, want Aalesund ligt op drie eilandjes. Het is het enige plaatsje op die drie eilandjes. Dus van omliggende plaatsen is niet echt sprake…