De speluitleg en spelregels

Introductie | PDF met spelregels aanvragen | Creative Commons Licentie

Meneer D's Woordassociatiespel - logo

Doel | Voor wie? | Benodigdheden | Speluitleg en spelregels | Regels

Creative Commons LicentieVoor Meneer D’s Woordassociatiespel geldt een Creative Commons licentie. Het spel spelen of delen, betekent dat je akkoord gaat met deze Creative Commons Licentievoorwaarden.
Print niet deze pagina uit, maar vraag de gratis PDF aan. Het ‘spel’ is geen mooie bordspeldoos uit de winkel, maar een afdrukbare PDF. Met speluitleg, voorbeelden, beginwoorden en uitprintbaar speelvel. De spelregels hier zijn niet bedoeld voor afdrukken of distributie.

Doel

Het spel heeft als doel te verbanden te leggen tussen woorden, ofwel associëren op woorden. Van het ene woord naar het andere. Er is geen winnaar. Het spel is klaar als het speelvel vol is. Dan kun je aan het volgende speelvel beginnen. Het Woordassociatiespel is bedoeld om samen plezier te hebben, je creativiteit te stimuleren en tot onvoorziene associaties te komen.

Voor wie?

Het spel is voor iedereen die kan schrijven. En van spelen met taal houdt. Het kan met vrienden als bordspel gespeeld worden, op school als om taalontwikkeling te stimuleren, op het werk ter vermaak of als methode om te brainstormen, door ouders met hun kinderen om samen met taal te spelen.

Benodigdheden

  • Merkstift
  • Pen
  • Speelvel: een groot ruitjesvel van een flip-over of uitgeprinte, aan elkaar geplakte speelvellen (zie de bijlage in de PDF met de spelregels)

Speluitleg en spelregels

Meneer D's Woordassociatiespel - Voorbeeld 1: koe
Voorbeeld 1

Meneer D’s Woordassociatiespelis heel simpel: leg verbanden tussen woorden, ofwel: associeer op woorden.

Het spel begint met het schrijven van een woord met pen in een centraal vierkant. Je kunt hiervoor zelf een woord bedenken of een beginwoord uitkiezen (zie de bijlage in de PDF met de spelregels).

Speler 1 tekent de rand van het vierkant met de merkstift (voorbeeld 1). De volgende speler associeert op het woord; hij of zij bedenkt een woord dat een verband heeft met dat woord, zoals melk hoort bij koe. De speler schrijft dit op in een horizontaal of verticaal aangrenzend vierkant, tekent met de merkstift een vierkant om het woord en tekent een pijl naar het nieuwe woord (voorbeeld 2).

Meneer D's Woordassociatiespel - Voorbeeld 2: koe -> melk
Voorbeeld 2

De volgende speler associeert op een van de twee woorden (let op: je mag niet op je eigen woorden
associëren!), net waar de speler een mooi verband ziet. In voorbeeld 3 wordt op het tweede woord geassocieerd. In voorbeeld 4 wordt vanuit twee woorden een verband gelegd. De speler tekent hier dan ook 2 pijlen naar het nieuwe woord. Het wordt leuker als je een associatie met twee, drie of vier woorden tegelijk kunt maken (dit is de ultieme uitdaging!).

Zoals je in voorbeeld 4 kunt zien, kunnen vooral homoniemen voor veel mogelijkheden zorgen. Homoniemen zijn woorden die je hetzelfde schrijft, maar wat anders betekenen: wei is zowel een grasveld en als een zuivelproduct. Of een boerdie je laat of die op het land werkt.

Meneer D's Woordassociatiespel - Voorbeeld 3: koe -> melk -> wei
Voorbeeld 3

Homoniemen zijn een goede bron van verwarring en woordgrappen, waar Meneer D op dit blog wel raad mee weet, zie ook zijn categorie homonieme woordgrappen.

Verder zijn synomiemen erg handig; woorden die hetzelfde betekenen, maar een ander woord zijn, zoals wandelen en lopen. Ook antoniemen zijn handig; dat zijn woorden die een tegenovergestelde betekenis hebben, zoals mooi en lelijk.

Je kunt het zo spelen als je wilt: om beurten, met een groep samenwerkend en verbanden leggend, wie het eerst wat weet, het spel laten liggen en als je langsloopt wat invullen. Dit kun je onderling afspreken of je kunt kijken hoe het loopt.

De regels:

Meneer D's Woordassociatiespel - Voorbeeld 4: koe -> melk -> wei -> gras
Voorbeeld 4

1. Je mag niet op je eigen woord(en) reageren. Uitzondering: als je drie of vier woorden verbindt, dan mag er één woord van jezelf bij zitten.
2. Je mag geen eigennamen gebruiken (personen, geografische namen, merknamen, bedrijfsnamen, etc.).
3. Je mag geen delen van het woord waar je op associeert gebruiken. Dus fiets -> fietsbel mag
niet, fiets -> bel mag wel.
4. Je kunt alleen horizontaal en verticaal associëren, niet diagonaal.
5. Je mag alleen nette woorden gebruiken, geen schuttingtaal. Wat overigens niets zegt over de
associaties; poes en doos zijn gewone woorden, de associatie tussen de twee niet.
6. Je mag alleen bestaande woorden gebruiken. In principe ook geen vervoegingen of
meervouden van woorden. Spreek onderling af hoe je hiermee om gaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s