Ochtendverhaal – III

Er zijn veel methodes en technieken om creativiteit te stimuleren en tot originele ideeën te komen. Of het nu gaat om ideeën voor een verhaal, een cartoon, een schilderij, een game of om poëzie.

Voor de cursus poëzie schrijven was een van de methodes ochtendschrijven. Zodra je wakkerwordt, niet de krant lezen, niet opstaan en de kat water geven en de planten voeren, niet op je smartphone een uur twitteren of nieuws lezen. Nee. Gewoon, een half uur associatief schrijven. Precies 30 minuten. Timer erbij. Wat in je naar boven komt, zolang het niet autobiografisch is. Alle fouten niet corrigeren, alle typo’s ook niet. Je mag wel je waarnemingen verwerken (vandaar Ochtendverhaal – II over merels). Bij sommige mensen werkt dit fantastisch. In ochtendverhalen zitten zulke krachtige en half dromende beelden, dat je al vijf halve gedichten van hoog niveau hebt in een half uur.

Bij Meneer D niet. Sommige verhalen vielen nog mee. Maar de literaire en poëtische kwaliteiten waren ver te zoeken. Meneer D is des ochtends wel associatief, maar dat wordt dan wel melig, flauw en vooral woordgoochelend op ongeëvenaarde manier.

Wie van woordgegoochel, verhaspelingen, verkrachte uitdrukkingen, wetenschappelijke verwijzingen en allerhande woordspelingen houdt, zal zich nog wel vermaken!

Meneer D kreeg bij de cursus dus ook ‘ontheffing’ van het ochtendschrijven. Je moet doen wat iets oplevert. Op de klassieke dipmomenten – eind van de middag, begin van de avond – dan is Meneer D het creatiefst en productiefst. De meeste gedichten voor de cursus zijn ook op die momenten geschreven. Hieronder kun je lezen waarom Meneer D terecht moest stoppen met ochtendschrijven. Zeg nu zelf, hier zit geen materiaal voor de volgende Lieke Marsman, Vasalis of Tomas Tranströmer in… Wel materiaal voor Tonnus Oosterhoff, want die dicht toch alleen maar als hij aan de paddo’s zit. Het materiaal is mogelijk wel interessant voor entomologen en andere biologen. Meneer D vindt het ook een beetje sneu dat hij spontaan en zonder opzoeken woordgrappen met Diptera, Odonata of Lepidoptera maakt.

Amai, wat doet een snuitkevertje bij de Immigratiedienst?” vroeg de blauwe beambte. “Ik ben geen snuitkever, hoogstens een verkouden vlerkwants!” reposteerde Siegfried. “Maar goed ook. Snuitkevers kan ik niet uitstaan. Ben er zwaar allergisch voor als een kilootje pollen in de fladderlucht”

Siegfried nam plaats tussen twee norse, morsige watikjebromvliegen. Duidelijk op doorreis naar Hondesloopen of Overreekalf. In die buurt zou een interdroogiaal congres zijn voor Diptera. Nou, twee vleugels hadden ze wel. Ondertussen zocht Levi Doptera Mot en Vlinder, zijn twee vrouwen. In het gedrang waren ze vast met hun roltong tussen de roltrap ergens vast komen te zitten.

Een schaatsenrijder werd in sprietboeien afgevoerd. Duidelijk door het ijs gezakt bij de controles. Een geroezesmoes van honderden vluchtelingen. Brand na een heisessie. En met al die boompalen in de grond zouden ze successie hun gang laten gaan. Totale heidehabitatvernietiging. Hele families geit-en-boktorren die mistroostig voor zich uit feromoonden.

Rustig liep vuurvliegje Sintelklaas naar de balie. “Verschoning, wanneer wordt loket 2 geopend?” “Dit ís loket 2. Waarom heeft u een mijt op uw kop? Heeft die ook een inreisvisum?” “Zekerwel, net als de zwarte pietjes in de baardbaleinen op mijn poten.” “Laat maar zien die papieren. Ik ben van de oude stempel, dus het kan wat wazig worden.”

Eindeloos geblader aan loket 2. De wandelende taxonoom werd er zelfs bijgeroepen. “Voor die pietjes heeft u ook een armeluisstempel nodig. Waarom heeft u die niet aangevraagd?” De vuurvlieg zat duidelijk diep in de stront. “En had ik gezegd dat u daar mocht gaan zitten? Neen! Sleep dat vege lijf maar naar de zeshoekige cel daar. Dan komt er zo iemand bij u.”

Een zoemer klonk. De paardenvlieg liet weer een paar paar personen door de poort. “Insectie!” Uiteraard niet zonder eens flink te fouilleren. Tot groot ongenoegen van een gestipte ladybug. Ze mag nog blij zijn dat ze met haar stampei niet in een wespennest terecht kwam. In een flits was te zien hoe een bloedzuigende Dipteravrouw een mugshot kreeg en afgevoerd werd. Die werd ongetwijfeld voor de mierenleeuwen gegooid. Een ietwat sloop sluipwespje in de hoek las het damesblad Odonata. Verderop twee stoere libellen die een waterjuffer lastig vielen. Chaos als altijd. Je moest een duizendpoot zijn wilde je hier de orde kunnen bewaren.

Voor de cursus poëzie schrijven, meteen na het wakker worden, precies een half uur  associatief schrijven. Aldus bovenstaand ochtendverhaal. Lees ook Ochtendverhaal – I en Ochtendverhaal – II.

Advertenties

Auteur: Meneer D

Meneer D is een taalpurist en woordengoochelaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s